Avatar of Vocabulary Set Grootte en schaal

Vocabulaireverzameling Grootte en schaal in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Grootte en schaal' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

outsize

/ˈaʊt.saɪz/

(adjective) buitensporig groot, reusachtig;

(noun) extra grote maat, buitenmaat

Voorbeeld:

The company reported outsize profits this quarter.
Het bedrijf rapporteerde dit kwartaal buitensporige winsten.

tremendous

/trɪˈmen.dəs/

(adjective) enorm, geweldig, reusachtig

Voorbeeld:

They made a tremendous effort to finish the project on time.
Ze hebben een enorme inspanning geleverd om het project op tijd af te krijgen.

gigantic

/ˌdʒaɪˈɡæn.t̬ɪk/

(adjective) gigantisch, enorm, reusachtig

Voorbeeld:

The company built a gigantic new factory.
Het bedrijf bouwde een gigantische nieuwe fabriek.

mammoth

/ˈmæm.əθ/

(noun) mammoet;

(adjective) enorm, gigantisch

Voorbeeld:

The museum has a skeleton of a woolly mammoth.
Het museum heeft een skelet van een wolharige mammoet.

monstrous

/ˈmɑːn.strəs/

(adjective) monsterlijk, afschuwelijk, reusachtig

Voorbeeld:

The child had a nightmare about a monstrous creature.
Het kind had een nachtmerrie over een monsterlijk wezen.

elephantine

/ˌel.əˈfæn.taɪn/

(adjective) olifantachtig, reusachtig, lomp

Voorbeeld:

The giant machine moved with elephantine slowless.
De gigantische machine bewoog met olifantachtige traagheid.

hulking

/ˈhʌl.kɪŋ/

(adjective) kolossaal, log, omvangrijk

Voorbeeld:

A hulking figure emerged from the shadows.
Een kolossale gedaante kwam uit de schaduwen tevoorschijn.

supersized

/ˈsuː.pɚ.saɪzd/

(adjective) supergroot, extra groot

Voorbeeld:

He ordered a supersized meal at the fast-food restaurant.
Hij bestelde een supergrote maaltijd bij het fastfoodrestaurant.

mountainous

/ˈmaʊn.tən.əs/

(adjective) bergachtig, gigantisch, enorm

Voorbeeld:

The region is very mountainous, making travel difficult.
De regio is erg bergachtig, wat reizen moeilijk maakt.

monumental

/ˌmɑːn.jəˈmen.t̬əl/

(adjective) monumentaal, enorm, indrukwekkend

Voorbeeld:

The discovery of penicillin was a monumental achievement in medicine.
De ontdekking van penicilline was een monumentale prestatie in de geneeskunde.

titanic

/taɪˈtæn.ɪk/

(adjective) titanisch, gigantisch, enorm

Voorbeeld:

The company faced a titanic struggle to stay afloat.
Het bedrijf stond voor een titanische strijd om overeind te blijven.

astronomical

/ˌæs.trəˈnɑː.mɪ.kəl/

(adjective) astronomisch, enorm

Voorbeeld:

The observatory is equipped with advanced astronomical instruments.
Het observatorium is uitgerust met geavanceerde astronomische instrumenten.

oversized

/ˈoʊ·vərˌsɑɪzd/

(adjective) oversized, te groot

Voorbeeld:

She wore an oversized sweater that almost reached her knees.
Ze droeg een oversized trui die bijna tot haar knieën reikte.

bulky

/ˈbʌl.ki/

(adjective) omvangrijk, log, dik

Voorbeeld:

The furniture was too bulky to fit through the narrow doorway.
Het meubilair was te omvangrijk om door de smalle deuropening te passen.

lilliputian

/ˌlɪl.ɪˈpjuː.ʃən/

(adjective) lilliputterachtig, zeer klein;

(noun) lilliputter

Voorbeeld:

The dollhouse was filled with lilliputian furniture.
Het poppenhuis stond vol met lilliputterachtige meubels.

miniscule

/ˈmɪn·əˌskjul/

(adjective) minuscuul, zeer klein

Voorbeeld:

The chances of success were miniscule.
De kansen op succes waren minuscuul.

teeny-weeny

/ˌtiː.niˈwiː.ni/

(adjective) piepklein, ieniemie

Voorbeeld:

I'll just have a teeny-weeny piece of cake.
Ik neem maar een piepklein stukje taart.

puny

/ˈpjuː.ni/

(adjective) zwak, klein, onbeduidend

Voorbeeld:

The puny sapling struggled to grow in the harsh conditions.
Het zwakke boompje worstelde om te groeien in de barre omstandigheden.

atomic

/əˈtɑː.mɪk/

(adjective) atomair, atoom-, minuscuul

Voorbeeld:

The scientist studied the atomic structure of the element.
De wetenschapper bestudeerde de atomaire structuur van het element.

dinky

/ˈdɪŋ.ki/

(adjective) miezerig, onbeduidend

Voorbeeld:

They live in a dinky little apartment in the suburbs.
Ze wonen in een miezerig klein appartementje in de buitenwijken.

minute

/ˈmɪn.ɪt/

(noun) minuut, ogenblik, moment;

(adjective) miniem, minuscuul

Voorbeeld:

The meeting will start in five minutes.
De vergadering begint over vijf minuten.

miniature

/ˈmɪn.i.ə.tʃɚ/

(noun) miniatuur, model, miniatuurportret;

(adjective) miniatuur, klein

Voorbeeld:

He collected miniatures of classic cars.
Hij verzamelde miniaturen van klassieke auto's.

diminutive

/dɪˈmɪn.jə.t̬ɪv/

(adjective) klein, minuscuul, gering;

(noun) verkleinwoord, diminutief

Voorbeeld:

She was a diminutive figure, barely reaching his shoulder.
Ze was een kleine figuur, nauwelijks tot zijn schouder reikend.

pint-sized

/ˈpaɪntˌsaɪzd/

(adjective) klein, piepklein

Voorbeeld:

The pint-sized dog barked loudly at the mailman.
De kleine hond blafte luid naar de postbode.

dwarfish

/ˈdwɔːr.fɪʃ/

(adjective) dwergachtig, klein

Voorbeeld:

The dwarfish trees on the mountain were twisted by the wind.
De dwergachtige bomen op de berg waren door de wind misvormd.

submicroscopic

/ˌsʌb.maɪ.krəˈskɑː.pɪk/

(adjective) submicroscopisch

Voorbeeld:

Viruses are submicroscopic infectious agents that require an electron microscope to be visualized.
Virussen zijn submicroscopische infectieuze agentia die een elektronenmicroscoop vereisen om gevisualiseerd te worden.

shrivel

/ˈʃrɪv.əl/

(verb) verschrompelen, verwelken

Voorbeeld:

The leaves shriveled up in the intense heat.
De bladeren verschrompelden in de intense hitte.

scale down

/skeɪl daʊn/

(phrasal verb) terugschroeven, verkleinen

Voorbeeld:

The company had to scale down its operations due to the recession.
Het bedrijf moest zijn activiteiten terugschroeven vanwege de recessie.

king-size

/ˈkɪŋ.saɪz/

(adjective) kingsize, extra groot

Voorbeeld:

We decided to upgrade to a king-size bed for more comfort.
We besloten te upgraden naar een kingsize bed voor meer comfort.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland