Avatar of Vocabulary Set Voorspelling

Vocabulaireverzameling Voorspelling in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Voorspelling' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

foretell

/fɔːrˈtel/

(verb) voorspellen, voorzeggen

Voorbeeld:

The oracle was said to foretell the future.
Er werd gezegd dat het orakel de toekomst kon voorspellen.

promise

/ˈprɑː.mɪs/

(noun) belofte, potentieel;

(verb) beloven, voorspellen

Voorbeeld:

He made a promise to help her.
Hij deed een belofte om haar te helpen.

expect

/ɪkˈspekt/

(verb) verwachten, eisen

Voorbeeld:

I expect him to arrive any minute now.
Ik verwacht dat hij elk moment zal arriveren.

predict

/prɪˈdɪkt/

(verb) voorspellen, voorzeggen

Voorbeeld:

It's difficult to predict the outcome of the election.
Het is moeilijk om de uitslag van de verkiezingen te voorspellen.

anticipate

/ænˈtɪs.ə.peɪt/

(verb) anticiperen, verwachten, voor zijn

Voorbeeld:

We don't anticipate any problems.
We anticiperen geen problemen.

project

/ˈprɑː.dʒekt/

(noun) project, plan;

(verb) projecteren, voorspellen, werpen

Voorbeeld:

The team is working on a new software project.
Het team werkt aan een nieuw softwareproject.

prophesy

/ˈprɑː.fə.saɪ/

(verb) profeteren, voorspellen

Voorbeeld:

The ancient scrolls prophesied the end of the world.
De oude rollen profeteerden het einde van de wereld.

foreshadow

/fɔːrˈʃæd.oʊ/

(verb) voorafschaduwen, voorspellen

Voorbeeld:

The dark clouds foreshadowed a heavy storm.
De donkere wolken voorspelden een zware storm.

envision

/ɪnˈvɪʒ.ən/

(verb) voorzien, zich voorstellen

Voorbeeld:

She tried to envision her life after graduation.
Ze probeerde haar leven na het afstuderen te voorzien.

foresee

/fɚˈsiː/

(verb) voorzien, voorspellen

Voorbeeld:

It's difficult to foresee the consequences of this decision.
Het is moeilijk om de gevolgen van deze beslissing te voorzien.

forecast

/ˈfɔːr.kæst/

(noun) voorspelling, prognose;

(verb) voorspellen, prognostiseren

Voorbeeld:

The weather forecast predicts rain for tomorrow.
De weersvoorspelling voorspelt regen voor morgen.

presage

/ˈpres.ɪdʒ/

(verb) voorspellen, aankondigen;

(noun) voorteken, presage

Voorbeeld:

The heavy clouds presage a storm.
De zware wolken voorspellen een storm.

augur

/ˈɑː.ɡɚ/

(verb) voorspellen, een voorteken zijn;

(noun) augur, waarzegger

Voorbeeld:

The recent economic recovery augurs well for the company's future.
Het recente economische herstel voorspelt veel goeds voor de toekomst van het bedrijf.

extrapolate

/ɪkˈstræp.ə.leɪt/

(verb) extrapoleren, voorspellen

Voorbeeld:

We can extrapolate the results to the entire population.
We kunnen de resultaten extrapoleren naar de hele bevolking.

forewarn

/fɔːrˈwɔːrn/

(verb) voorwaarschuwen, vooraf waarschuwen

Voorbeeld:

I tried to forewarn him about the difficult client, but he didn't listen.
Ik probeerde hem te voorwaarschuwen voor de moeilijke klant, maar hij luisterde niet.

portend

/pɔːrˈtend/

(verb) voorspellen, presageren

Voorbeeld:

The dark clouds portend a heavy storm.
De donkere wolken voorspellen een zware storm.

herald

/ˈher.əld/

(noun) voorloper, heraut, bode;

(verb) aankondigen, voorafgaan, inluiden

Voorbeeld:

The robin is a herald of spring.
De roodborst is een voorloper van de lente.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland