Vocabulaireverzameling Lichaamstaal en gebaren in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Lichaamstaal en gebaren' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) schouders ophalen;
(noun) schouderophalen
Voorbeeld:
(verb) knipogen, knipperen, fonkelen;
(noun) knipoog
Voorbeeld:
(noun) lach, grijns;
(verb) glimlachen, grijnzen
Voorbeeld:
(verb) terugdeinzen, vertrekken;
(noun) trekking, terugdeinzing
Voorbeeld:
(verb) aaien, tikken;
(noun) klopje, aai, klontje;
(adjective) gemakkelijk, passend;
(adverb) precies, passend
Voorbeeld:
(noun) saluut, groet;
(verb) salueren, groeten
Voorbeeld:
(noun) fist-bump, boks;
(verb) fist-bumpen, boksen
Voorbeeld:
(verb) grinniken, grijnzen;
(noun) grinnik, grijns
Voorbeeld:
(noun) grimas, grijns;
(verb) grimassen trekken, grijnzen
Voorbeeld:
(verb) wenken, lokken, aantrekken
Voorbeeld:
(verb) huppelen, paraderen;
(noun) huppel, parade
Voorbeeld:
(idiom) een pose aannemen, poseren
Voorbeeld:
(verb) gebaren, gesticuleren
Voorbeeld:
(idiom) een gezicht trekken naar, een vies gezicht trekken naar
Voorbeeld:
(verb) aanstoten, duwen, aanmoedigen;
(noun) stootje, duwtje
Voorbeeld:
(verb) verfrommelen, kreuken, instorten
Voorbeeld: