Vocabulaireverzameling Structuur in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Structuur' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /rʌf/
(adjective) ruw, oneffen, hard;
(adverb) ruw, hardhandig;
(noun) moeilijkheid, tegenslag
Voorbeeld:
The old wooden table had a rough surface.
De oude houten tafel had een ruw oppervlak.
/sɑːft/
(adjective) zacht, stil, mild;
(adverb) zachtjes, voorzichtig
Voorbeeld:
The pillow was wonderfully soft and comfortable.
Het kussen was heerlijk zacht en comfortabel.
/hɑːrd/
(adjective) hard, stevig, moeilijk;
(adverb) hard, intens, moeilijk
Voorbeeld:
The ground was hard from the frost.
De grond was hard van de vorst.
/ˈstɪk.i/
(adjective) plakkerig, kleverig, lastig
Voorbeeld:
The candy was so sticky that it got stuck to my teeth.
De snoep was zo plakkerig dat het aan mijn tanden bleef plakken.
/ˈɡriː.si/
(adjective) vettig, olieachtig, glibberig
Voorbeeld:
The mechanic's hands were greasy from working on the engine.
De handen van de monteur waren vettig van het werken aan de motor.
/ˈɔɪ.li/
(adjective) olieachtig, vettig, glad
Voorbeeld:
The mechanic's hands were covered in oily grime.
De handen van de monteur waren bedekt met vette vuil.
/ˈspʌn.dʒi/
(adjective) sponzig, poreus
Voorbeeld:
The cake was light and spongy.
De cake was licht en sponzig.
/ˈkrʌn.tʃi/
(adjective) knapperig, krokant, knisperend
Voorbeeld:
The fresh apple was deliciously crunchy.
De verse appel was heerlijk knapperig.
/ˈkrɪs.pi/
(adjective) krokant, knapperig, fris
Voorbeeld:
The fried chicken had a perfectly crispy skin.
De gefrituurde kip had een perfect krokant vel.
/ˈɡlæs.i/
(adjective) glasachtig, glad, glazig
Voorbeeld:
The lake was as glassy as a mirror this morning.
Het meer was vanmorgen zo glad als een spiegel.
/ʃɑːrp/
(adjective) scherp, intens, intelligent;
(adverb) stipt, scherp;
(noun) kruis
Voorbeeld:
Be careful, that knife is very sharp.
Wees voorzichtig, dat mes is erg scherp.