Vocabulaireverzameling Sport in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Sport' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) atletiek, sport, atletisch vermogen
Voorbeeld:
(noun) duiken, schoonspringen
Voorbeeld:
(noun) gymnastiek
Voorbeeld:
(noun) boksen, inpakken, verpakken
Voorbeeld:
(noun) schaken
Voorbeeld:
(noun) skiën
Voorbeeld:
(noun) schaatsen, ijsschaatsen
Voorbeeld:
(noun) paardenrennen, paardenraces
Voorbeeld:
(noun) voetbal, football, rugbybal
Voorbeeld:
(noun) basketbal
Voorbeeld:
(noun) honkbal
Voorbeeld:
(noun) volleybal
Voorbeeld:
(noun) tennis
Voorbeeld:
(noun) rugby
Voorbeeld:
(noun) tafeltennis, pingpong
Voorbeeld:
(noun) cricket, krekel
Voorbeeld:
(noun) golf;
(verb) golfen
Voorbeeld:
(noun) bowlen, kegelen
Voorbeeld:
(noun) handbal, handsbal
Voorbeeld:
(noun) waterpolo
Voorbeeld:
(noun) biljart, biljarten
Voorbeeld:
(noun) snooker;
(verb) snookeren, blokkeren, bedriegen
Voorbeeld:
(noun) vijver, plas, zwembad;
(verb) bundelen, samenleggen
Voorbeeld:
(noun) ijshockey, hockey, veldhockey
Voorbeeld:
(noun) trefbal
Voorbeeld:
(noun) futsal, zaalvoetbal
Voorbeeld:
(noun) squash, pompoen, courgette;
(verb) platdrukken, verpletteren
Voorbeeld:
(noun) racketbal
Voorbeeld:
(noun) badminton
Voorbeeld:
(noun) paddleball, paddleball (speelgoed)
Voorbeeld:
(noun) schaatsen, skaten;
(verb) schaatsend, skatend
Voorbeeld: