Avatar of Vocabulary Set Vorm

Vocabulaireverzameling Vorm in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Vorm' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

hollow

/ˈhɑː.loʊ/

(adjective) hol, leeg, onoprecht;

(noun) holte, dal, depressie;

(verb) uithollen, uitgraven

Voorbeeld:

The tree trunk was hollow inside.
De boomstam was van binnen hol.

flat

/flæt/

(adjective) vlak, plat, dun;

(noun) appartement, flat;

(adverb) plat, horizontaal

Voorbeeld:

The road was long and flat.
De weg was lang en vlak.

round

/raʊnd/

(adjective) rond, volledig;

(noun) ronde, schot, kogel;

(verb) rondgaan, afronden;

(adverb) rond, omheen;

(preposition) rond, om

Voorbeeld:

The table is round.
De tafel is rond.

square

/skwer/

(noun) vierkant, plein, kwadraat;

(adjective) vierkant, eerlijk, rechtvaardig;

(verb) kwadrateren, rechtmaken, uitlijnen;

(adverb) recht, precies

Voorbeeld:

Draw a perfect square on the paper.
Teken een perfect vierkant op het papier.

rectangular

/rekˈtæŋ.ɡjə.lɚ/

(adjective) rechthoekig

Voorbeeld:

The room had a large rectangular table in the center.
De kamer had een grote rechthoekige tafel in het midden.

circular

/ˈsɝː.kjə.lɚ/

(adjective) rond, cirkelvormig, circulair;

(noun) circulaire, rondschrijven

Voorbeeld:

The table was circular, allowing everyone to see each other easily.
De tafel was rond, waardoor iedereen elkaar gemakkelijk kon zien.

oval

/ˈoʊ.vəl/

(adjective) ovaal;

(noun) ovaal

Voorbeeld:

The table had an oval top.
De tafel had een ovale bovenkant.

triangular

/-lɚ/

(adjective) driehoekig, driezijdig

Voorbeeld:

The roof of the house had a triangular shape.
Het dak van het huis had een driehoekige vorm.

straight

/streɪt/

(adjective) recht, steil, eerlijk;

(adverb) recht, rechtdoor, direct;

(noun) recht stuk, rechte lijn

Voorbeeld:

Draw a straight line across the page.
Trek een rechte lijn over de pagina.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland