Vocabulaireverzameling Weer in IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Weer' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) moesson, moessonseizoen
Voorbeeld:
(noun) neerslag, precipitatie, uitfelling
Voorbeeld:
(noun) dauw;
(verb) bedauwen, bevochtigen
Voorbeeld:
(noun) thermometer
Voorbeeld:
(noun) anemometer, windsnelheidsmeter
Voorbeeld:
(noun) isobaar
Voorbeeld:
(noun) schaal van Beaufort
Voorbeeld:
(noun) vlaag, drukte, sneeuwbui;
(verb) dwarrelen, verwarren
Voorbeeld:
(noun) ijzel, natte sneeuw;
(verb) ijzelen, natte sneeuw vallen
Voorbeeld:
(noun) whiteout, sneeuwblindheid, correctievloeistof
Voorbeeld:
(noun) chinook, föhnwind, Chinook
Voorbeeld:
(noun) windvlaag, vlaag, uitbarsting;
(verb) waaien in vlagen, stormen
Voorbeeld:
(noun) moddersneeuw, sneeuwbrij, sentimentele onzin;
(verb) ploeteren, spetteren
Voorbeeld:
(noun) windvlaag, bui, storm;
(verb) schreeuwen, gillen, huilen
Voorbeeld:
(noun) plotselinge overstroming, stortvloed
Voorbeeld:
(noun) zonnestraal, zonneflits, zonneburst-ontwerp
Voorbeeld:
(noun) hogedrukgebied, anticycloon
Voorbeeld:
(verb) bluffen, opscheppen, razen;
(noun) bluf, opschepperij, geraas
Voorbeeld:
(adjective) zacht, mild, aangenaam
Voorbeeld: