Avatar of Vocabulary Set Marketing

Vocabulaireverzameling Marketing in IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Marketing' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

direct marketing

/dəˈrekt ˈmɑːrkɪtɪŋ/

(noun) direct marketing

Voorbeeld:

The company uses direct marketing to reach potential clients.
Het bedrijf gebruikt direct marketing om potentiële klanten te bereiken.

elevator pitch

/ˈel.ə.veɪ.t̬ɚ pɪtʃ/

(noun) elevator pitch, korte presentatie

Voorbeeld:

I practiced my elevator pitch for the job interview.
Ik oefende mijn elevator pitch voor het sollicitatiegesprek.

give away

/ɡɪv əˈweɪ/

(phrasal verb) verraden, onthullen, weggeven

Voorbeeld:

His nervous laughter gave away his true feelings.
Zijn nerveuze lach verraadde zijn ware gevoelens.

telemarketing

/ˈtel.əˌmɑːr.kə.t̬ɪŋ/

(noun) telemarketing

Voorbeeld:

I received an unsolicited telemarketing call this morning.
Ik ontving vanmorgen een ongevraagd telemarketinggesprek.

viral marketing

/ˈvaɪrəl ˈmɑːrkɪtɪŋ/

(noun) virale marketing

Voorbeeld:

The company achieved massive success through a clever viral marketing campaign.
Het bedrijf behaalde enorm succes door een slimme virale marketing campagne.

want ad

/ˈwɑːnt æd/

(noun) zoekertje, advertentie

Voorbeeld:

She found her new job through a want ad in the local paper.
Ze vond haar nieuwe baan via een zoekertje in de lokale krant.

concern

/kənˈsɝːn/

(noun) zorg, aangelegenheid, bedrijf;

(verb) betreffen, aangaan, zorgen baren

Voorbeeld:

The safety of the children is my main concern.
De veiligheid van de kinderen is mijn voornaamste zorg.

oligopoly

/ˌɑː.lɪˈɡɑː.pəl.i/

(noun) oligopolie

Voorbeeld:

The airline industry is often cited as an example of an oligopoly.
De luchtvaartindustrie wordt vaak genoemd als een voorbeeld van een oligopolie.

advertorial

/ˌæd.vəˈtɔːr.i.əl/

(noun) advertorial, gesponsord artikel

Voorbeeld:

The magazine featured an advertorial disguised as a health report.
Het tijdschrift bevatte een advertorial vermomd als een gezondheidsrapport.

banner ad

/ˈbæn.ər æd/

(noun) banneradvertentie, banner

Voorbeeld:

Many websites rely on banner ads for revenue.
Veel websites zijn afhankelijk van banneradvertenties voor inkomsten.

gimmick

/ˈɡɪm.ɪk/

(noun) gimmick, stunt, truc

Voorbeeld:

The free toy was just a gimmick to get people to buy the cereal.
Het gratis speeltje was slechts een gimmick om mensen de ontbijtgranen te laten kopen.

junk mail

/ˈdʒʌŋk ˌmeɪl/

(noun) reclamedrukwerk, spam

Voorbeeld:

My mailbox is always full of junk mail from local supermarkets.
Mijn brievenbus zit altijd vol met reclamedrukwerk van lokale supermarkten.

mailshot

/ˈmeɪl.ʃɑːt/

(noun) mailshot, direct mail

Voorbeeld:

We are planning a mailshot to all our existing customers.
We plannen een mailshot naar al onze bestaande klanten.

infomercial

/ˈɪn.foʊ.mɝː.ʃəl/

(noun) infomercial, telereclame

Voorbeeld:

I woke up in the middle of the night and saw an infomercial for a new kitchen gadget.
Ik werd midden in de nacht wakker en zag een infomercial voor een nieuwe keukengadget.

product placement

/ˈprɑː.dʌkt ˌpleɪs.mənt/

(noun) productplaatsing, merkplaatsing

Voorbeeld:

The new action movie is full of obvious product placement.
De nieuwe actiefilm zit vol met duidelijke productplaatsing.

pyramid selling

/ˈpɪr.ə.mɪd ˌsel.ɪŋ/

(noun) piramideverkoop, piramidespel

Voorbeeld:

The company was shut down for engaging in pyramid selling.
Het bedrijf werd gesloten wegens deelname aan piramideverkoop.

affiliate

/əˈfɪl.i.eɪt/

(verb) aansluiten, zich verbinden met;

(noun) filiaal, partner, gelieerde onderneming

Voorbeeld:

The hospital is affiliated with a major university.
Het ziekenhuis is gelieerd aan een grote universiteit.

niche

/nɪtʃ/

(noun) niche, geschikte plaats, nis;

(adjective) niche, gespecialiseerd

Voorbeeld:

He eventually found his niche in web design.
Hij vond uiteindelijk zijn niche in webdesign.

classified

/ˈklæs.ə.faɪd/

(adjective) geheim, geclassificeerd, rubrieksadvertentie;

(verb) classificeren, indelen

Voorbeeld:

The documents are highly classified and cannot be released to the public.
De documenten zijn streng geheim en kunnen niet openbaar worden gemaakt.

World Trade Organization

/ˌwɜːrld treɪd ˌɔːrɡənəˈzeɪʃən/

(noun) Wereldhandelsorganisatie

Voorbeeld:

The World Trade Organization aims to help trade flow as freely as possible.
De Wereldhandelsorganisatie streeft ernaar de handel zo vrij mogelijk te laten stromen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland