Avatar of Vocabulary Set Tijd en duur

Vocabulaireverzameling Tijd en duur in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Tijd en duur' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

lasting

/ˈlæs.tɪŋ/

(adjective) duurzaam, blijvend, langdurig

Voorbeeld:

They formed a lasting friendship.
Ze vormden een duurzame vriendschap.

interminable

/ɪnˈtɝː.mɪ.nə.bəl/

(adjective) eindeloos, langdradig

Voorbeeld:

The meeting was interminable, lasting for over four hours.
De vergadering was eindeloos en duurde meer dan vier uur.

durable

/ˈdʊr.ə.bəl/

(adjective) duurzaam, slijtvast, stevig

Voorbeeld:

These shoes are made of durable leather.
Deze schoenen zijn gemaakt van duurzaam leer.

tardy

/ˈtɑːr.di/

(adjective) laat, vertraagd

Voorbeeld:

The student was marked tardy for class.
De student werd als te laat genoteerd voor de les.

drawn-out

/ˌdrɔːnˈaʊt/

(adjective) langdurig, langdradig

Voorbeeld:

The legal battle was a drawn-out process that lasted for years.
De juridische strijd was een langdurig proces dat jaren duurde.

indestructible

/ˌɪn.dɪˈstrʌk.tə.bəl/

(adjective) onverwoestbaar, onvernietigbaar

Voorbeeld:

The new material is virtually indestructible.
Het nieuwe materiaal is vrijwel onverwoestbaar.

prompt

/prɑːmpt/

(adjective) snel, prompt, onmiddellijk;

(noun) aanzet, aanwijzing, prompt;

(verb) aanzetten, aanmoedigen, uitlokken

Voorbeeld:

She was prompt in her response to the email.
Ze was snel in haar reactie op de e-mail.

brief

/briːf/

(adjective) kort, bondig, beknopt;

(noun) briefing, instructie, slip;

(verb) briefen, informeren

Voorbeeld:

We had a brief chat before the meeting.
We hadden een kort praatje voor de vergadering.

eternal

/ɪˈtɝː.nəl/

(adjective) eeuwig, onsterfelijk, constant

Voorbeeld:

The universe is often considered to be eternal.
Het universum wordt vaak als eeuwig beschouwd.

temporary

/ˈtem.pə.rer.i/

(adjective) tijdelijk, voorlopig

Voorbeeld:

The job is only temporary.
De baan is slechts tijdelijk.

ongoing

/ˈɑːnˌɡoʊ.ɪŋ/

(adjective) lopend, voortdurend

Voorbeeld:

The negotiations are still ongoing.
De onderhandelingen zijn nog steeds lopend.

passing

/ˈpæs.ɪŋ/

(noun) passeren, voorbijgaan, overlijden;

(adjective) voorbijgaand, tijdelijk, voldoende

Voorbeeld:

The passing of the train shook the ground.
Het passeren van de trein deed de grond schudden.

timeless

/ˈtaɪm.ləs/

(adjective) tijdloos, eeuwig

Voorbeeld:

Her beauty was timeless.
Haar schoonheid was tijdloos.

enduring

/ɪnˈdʊr.ɪŋ/

(adjective) blijvend, duurzaam, aanhoudend

Voorbeeld:

The novel's enduring popularity is a testament to its timeless themes.
De blijvende populariteit van de roman is een bewijs van de tijdloze thema's.

put off

/pʊt ɔf/

(phrasal verb) uitstellen, opschorten, afstoten

Voorbeeld:

Don't put off until tomorrow what you can do today.
Stel niet uit tot morgen wat je vandaag kunt doen.

dawdle

/ˈdɑː.dəl/

(verb) treuzelen, lanterfanten

Voorbeeld:

Stop dawdling! We're going to be late!
Stop met treuzelen! We gaan te laat komen!

prorogue

/proʊˈroʊɡ/

(verb) schorsen, verdagen

Voorbeeld:

The government decided to prorogue parliament for five weeks.
De regering besloot het parlement voor vijf weken te schorsen.

procrastinate

/proʊˈkræs.tə.neɪt/

(verb) uitstellen, talmen

Voorbeeld:

I always procrastinate when it comes to doing my taxes.
Ik stel altijd uit als het gaat om het doen van mijn belastingen.

postpone

/poʊstˈpoʊn/

(verb) uitstellen, opschorten

Voorbeeld:

The meeting has been postponed until next week.
De vergadering is uitgesteld tot volgende week.

delay

/dɪˈleɪ/

(verb) vertragen, uitstellen, aarzelen;

(noun) vertraging, uitstel

Voorbeeld:

Traffic will delay your arrival.
Verkeer zal uw aankomst vertragen.

protracted

/prəˈtræk.tɪd/

(adjective) langdurig, uitgerekt, voortgesleept

Voorbeeld:

The negotiations were protracted, lasting for several months.
De onderhandelingen waren langdurig en duurden enkele maanden.

prolonged

/prəˈlɑːŋd/

(adjective) langdurig, verlengd

Voorbeeld:

The patient required prolonged hospitalization.
De patiënt had een langdurige ziekenhuisopname nodig.

ageless

/ˈeɪdʒ.ləs/

(adjective) tijdloos, eeuwig jong

Voorbeeld:

Her beauty seemed ageless, defying the passage of time.
Haar schoonheid leek tijdloos, de tand des tijds trotserend.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland