Avatar of Vocabulary Set Waarschijnlijkheid

Vocabulaireverzameling Waarschijnlijkheid in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Waarschijnlijkheid' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

certain

/ˈsɝː.tən/

(adjective) zeker, vaststaand, bepaald

Voorbeeld:

It's certain that he will win the election.
Het is zeker dat hij de verkiezingen zal winnen.

likely

/ˈlaɪ.kli/

(adjective) waarschijnlijk, aannemelijk, geschikt;

(adverb) waarschijnlijk, vermoedelijk

Voorbeeld:

It's likely to rain tomorrow.
Het is waarschijnlijk dat het morgen gaat regenen.

probable

/ˈprɑː.bə.bəl/

(adjective) waarschijnlijk, aannemelijk

Voorbeeld:

It's probable that he will win the election.
Het is waarschijnlijk dat hij de verkiezingen zal winnen.

possible

/ˈpɑː.sə.bəl/

(adjective) mogelijk, haalbaar, potentieel

Voorbeeld:

It is possible to finish the project by Friday.
Het is mogelijk om het project voor vrijdag af te ronden.

unlikely

/ʌnˈlaɪ.kli/

(adjective) onwaarschijnlijk, onwaarschijnlijke

Voorbeeld:

It's unlikely that he will arrive on time.
Het is onwaarschijnlijk dat hij op tijd zal aankomen.

improbable

/ɪmˈprɑː.bə.bəl/

(adjective) onwaarschijnlijk

Voorbeeld:

It is highly improbable that he will win the election.
Het is hoogst onwaarschijnlijk dat hij de verkiezingen zal winnen.

predictable

/prɪˈdɪk.tə.bəl/

(adjective) voorspelbaar, saai, eentonig

Voorbeeld:

The outcome of the game was highly predictable.
De uitkomst van de wedstrijd was zeer voorspelbaar.

unpredictable

/ˌʌn.prɪˈdɪk.tə.bəl/

(adjective) onvoorspelbaar, onberekenbaar

Voorbeeld:

The weather in this region is highly unpredictable.
Het weer in deze regio is zeer onvoorspelbaar.

doubtful

/ˈdaʊt.fəl/

(adjective) twijfelachtig, onzeker, onwaarschijnlijk

Voorbeeld:

I'm doubtful about his ability to finish the project on time.
Ik ben twijfelachtig over zijn vermogen om het project op tijd af te ronden.

uncertain

/ʌnˈsɝː.tən/

(adjective) onzeker, onbepaald, twijfelachtig

Voorbeeld:

The future of the project is uncertain.
De toekomst van het project is onzeker.

expected

/ɪkˈspek.tɪd/

(adjective) verwacht;

(past participle) verwachten

Voorbeeld:

The expected arrival time is 3 PM.
De verwachte aankomsttijd is 15.00 uur.

unexpected

/ˌʌn.ɪkˈspek.tɪd/

(adjective) onverwacht, verrassend

Voorbeeld:

The news of her resignation was completely unexpected.
Het nieuws van haar ontslag was volkomen onverwacht.

sure

/ʃʊr/

(adjective) zeker, vaststaand, overtuigd;

(adverb) zeker, inderdaad;

(exclamation) zeker, natuurlijk

Voorbeeld:

It's sure to rain later.
Het gaat zeker later regenen.

questionable

/ˈkwes.tʃə.nə.bəl/

(adjective) twijfelachtig, betwistbaar, dubieus

Voorbeeld:

His honesty is questionable.
Zijn eerlijkheid is twijfelachtig.

believable

/bɪˈliː.və.bəl/

(adjective) geloofwaardig, aannemelijk

Voorbeeld:

His story was hardly believable.
Zijn verhaal was nauwelijks geloofwaardig.

unquestionable

/ʌnˈkwes.tʃə.nə.bəl/

(adjective) onbetwistbaar, onmiskenbaar

Voorbeeld:

The evidence against him is unquestionable.
Het bewijs tegen hem is onbetwistbaar.

unbelievable

/ˌʌn.bɪˈliː.və.bəl/

(adjective) ongelooflijk, onwaarschijnlijk, geweldig

Voorbeeld:

The story he told was completely unbelievable.
Het verhaal dat hij vertelde was volkomen ongelooflijk.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland