Avatar of Vocabulary Set Politiek

Vocabulaireverzameling Politiek in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Politiek' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

policy

/ˈpɑː.lə.si/

(noun) beleid, richtlijn, polis

Voorbeeld:

The company has a strict policy against harassment.
Het bedrijf heeft een strikt beleid tegen intimidatie.

diplomacy

/dɪˈploʊ.mə.si/

(noun) diplomatie, tact, beleid

Voorbeeld:

The crisis was resolved through careful diplomacy.
De crisis werd opgelost door zorgvuldige diplomatie.

union

/ˈjuː.njən/

(noun) unie, verbond, vakbond

Voorbeeld:

The states formed a union to strengthen their defense.
De staten vormden een unie om hun verdediging te versterken.

ally

/ˈæl.aɪ/

(noun) bondgenoot, steunpilaar;

(verb) verenigen, zich verbinden

Voorbeeld:

During the war, several nations formed an ally against the common enemy.
Tijdens de oorlog vormden verschillende naties een bondgenoot tegen de gemeenschappelijke vijand.

candidate

/ˈkæn.dɪ.dət/

(noun) kandidaat, examinandus

Voorbeeld:

She is a strong candidate for the job.
Zij is een sterke kandidaat voor de baan.

nominee

/ˌnɑː.məˈniː/

(noun) genomineerde, gemachtigde, begunstigde

Voorbeeld:

She was a strong nominee for the Best Actress award.
Zij was een sterke genomineerde voor de Beste Actrice prijs.

party

/ˈpɑːr.t̬i/

(noun) feest, partij, groep;

(verb) feesten, partij vieren

Voorbeeld:

We're having a birthday party for my sister.
We geven een verjaardagsfeestje voor mijn zus.

poll

/poʊl/

(noun) peiling, enquête, stemming;

(verb) peilen, enquêteren, stemmen krijgen

Voorbeeld:

A recent poll shows that public support for the new policy is declining.
Een recente peiling toont aan dat de publieke steun voor het nieuwe beleid afneemt.

empire

/ˈem.paɪr/

(noun) rijk, imperium, concern

Voorbeeld:

The Roman Empire lasted for centuries.
Het Romeinse Rijk duurde eeuwenlang.

vote

/voʊt/

(noun) stem, stemming;

(verb) stemmen, kiezen

Voorbeeld:

Every citizen has the right to cast a vote in the election.
Elke burger heeft het recht om een stem uit te brengen bij de verkiezingen.

election

/ɪˈlek.ʃən/

(noun) verkiezing, keuze, selectie

Voorbeeld:

The general election will be held next month.
De algemene verkiezingen worden volgende maand gehouden.

campaign

/kæmˈpeɪn/

(noun) campagne, militaire operatie, actie;

(verb) campagne voeren, actie voeren

Voorbeeld:

The general launched a new campaign against the enemy.
De generaal lanceerde een nieuwe campagne tegen de vijand.

activism

/ˈæk.tɪ.vɪ.zəm/

(noun) activisme

Voorbeeld:

Her activism led to significant changes in environmental policy.
Haar activisme leidde tot aanzienlijke veranderingen in het milieubeleid.

constitution

/ˌkɑːn.stəˈtuː.ʃən/

(noun) grondwet, constitutie, samenstelling

Voorbeeld:

The country adopted a new constitution after the revolution.
Het land nam een nieuwe grondwet aan na de revolutie.

amnesty

/ˈæm.nə.sti/

(noun) amnestie, gratie;

(verb) amnestie verlenen, gratie verlenen

Voorbeeld:

The government granted amnesty to all political prisoners.
De regering verleende amnestie aan alle politieke gevangenen.

mandate

/ˈmæn.deɪt/

(noun) mandaat, opdracht;

(verb) mandaat geven, opdragen

Voorbeeld:

The government received a clear mandate from the people.
De regering ontving een duidelijk mandaat van het volk.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland