Avatar of Vocabulary Set Eenheid 11: Wetenschap en Technologie

Vocabulaireverzameling Eenheid 11: Wetenschap en Technologie in Groep 8: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 11: Wetenschap en Technologie' in 'Groep 8' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

archaeology

/ˌɑːr.kiˈɑː.lə.dʒi/

(noun) archeologie

Voorbeeld:

She decided to major in archaeology at university.
Ze besloot archeologie te studeren aan de universiteit.

benefit

/ˈben.ə.fɪt/

(noun) voordeel, nut, profijt;

(verb) profiteren, voordeel trekken uit, ten goede komen

Voorbeeld:

The new policy will bring many benefits to the community.
Het nieuwe beleid zal veel voordelen voor de gemeenschap opleveren.

cure

/kjʊr/

(noun) geneesmiddel, kuur;

(verb) genezen, helen, conserveren

Voorbeeld:

Scientists are still searching for a cure for cancer.
Wetenschappers zoeken nog steeds naar een geneesmiddel tegen kanker.

discover

/dɪˈskʌv.ɚ/

(verb) ontdekken, vinden, erachter komen

Voorbeeld:

Scientists hope to discover a cure for cancer.
Wetenschappers hopen een geneesmiddel voor kanker te ontdekken.

enormous

/əˈnɔːr.məs/

(adjective) enorm, reusachtig, gigantisch

Voorbeeld:

The company made an enormous profit this year.
Het bedrijf maakte dit jaar een enorme winst.

explore

/ɪkˈsplɔːr/

(verb) verkennen, ontdekken, onderzoeken

Voorbeeld:

They set out to explore the Amazon rainforest.
Ze gingen op pad om het Amazone regenwoud te verkennen.

field

/fiːld/

(noun) veld, akker, gebied;

(verb) beantwoorden, afhandelen

Voorbeeld:

The farmer walked across the field to check on his crops.
De boer liep over het veld om zijn gewassen te controleren.

improve

/ɪmˈpruːv/

(verb) verbeteren, vooruitgaan

Voorbeeld:

He wants to improve his English skills.
Hij wil zijn Engelse vaardigheden verbeteren.

invent

/ɪnˈvent/

(verb) uitvinden, bedenken, verzinnen

Voorbeeld:

Alexander Graham Bell invented the telephone.
Alexander Graham Bell vond de telefoon uit.

light bulb

/ˈlaɪt bʌlb/

(noun) gloeilamp, lamp, eureka-moment

Voorbeeld:

The light bulb in the lamp needs to be replaced.
De gloeilamp in de lamp moet worden vervangen.

oversleep

/ˌoʊ.vɚˈsliːp/

(verb) verslapen

Voorbeeld:

I overslept and missed my morning class.
Ik versliep me en miste mijn ochtendles.

patent

/ˈpæt.ənt/

(noun) octrooi, patent;

(verb) patenteren, octrooieren;

(adjective) duidelijk, klaarblijkelijk

Voorbeeld:

He applied for a patent for his new invention.
Hij vroeg een octrooi aan voor zijn nieuwe uitvinding.

precise

/prəˈsaɪs/

(adjective) precies, nauwkeurig, exact

Voorbeeld:

We need precise measurements for this experiment.
We hebben precieze metingen nodig voor dit experiment.

quality

/ˈkwɑː.lə.t̬i/

(noun) kwaliteit, eigenschap, kenmerk;

(adjective) kwaliteits-, uitstekend

Voorbeeld:

The hotel offers high-quality service.
Het hotel biedt service van hoge kwaliteit.

role

/roʊl/

(noun) rol, functie

Voorbeeld:

She played the leading role in the new movie.
Ze speelde de hoofdrol in de nieuwe film.

science

/ˈsaɪ.əns/

(noun) wetenschap, vakgebied

Voorbeeld:

The study of science is essential for understanding the world around us.
De studie van wetenschap is essentieel voor het begrijpen van de wereld om ons heen.

scientific

/ˌsaɪ.ənˈtɪf.ɪk/

(adjective) wetenschappelijk

Voorbeeld:

The researchers conducted a scientific study on climate change.
De onderzoekers voerden een wetenschappelijke studie uit naar klimaatverandering.

solve

/sɑːlv/

(verb) oplossen

Voorbeeld:

We need to solve this problem quickly.
We moeten dit probleem snel oplossen.

steam engine

/ˈstiːm ˌen.dʒɪn/

(noun) stoommachine

Voorbeeld:

The old steam engine chugged slowly down the tracks.
De oude stoommachine puffte langzaam over de rails.

support

/səˈpɔːrt/

(verb) ondersteunen, steunen, onderhouden;

(noun) ondersteuning, steun, draagvlak

Voorbeeld:

She works hard to support her family.
Ze werkt hard om haar gezin te onderhouden.

technique

/tekˈniːk/

(noun) techniek, methode

Voorbeeld:

He has a unique painting technique.
Hij heeft een unieke schildertechniek.

technical

/ˈtek.nɪ.kəl/

(adjective) technisch, strikt

Voorbeeld:

The manual provides detailed technical specifications.
De handleiding bevat gedetailleerde technische specificaties.

technology

/tekˈnɑː.lə.dʒi/

(noun) technologie, apparatuur

Voorbeeld:

Advancements in technology have transformed our daily lives.
Vooruitgang in technologie heeft ons dagelijks leven getransformeerd.

technological

/ˌtek.nəˈlɑː.dʒɪ.kəl/

(adjective) technologisch

Voorbeeld:

The company is investing heavily in new technological advancements.
Het bedrijf investeert zwaar in nieuwe technologische ontwikkelingen.

transform

/trænsˈfɔːrm/

(verb) transformeren, veranderen, omvormen

Voorbeeld:

The internet has transformed the way we communicate.
Het internet heeft de manier waarop we communiceren getransformeerd.

underground

/ˈʌn.dɚ.ɡraʊnd/

(adverb) ondergronds, clandestien;

(noun) metro, ondergrondse, verzetsbeweging;

(adjective) ondergronds, underground, alternatief

Voorbeeld:

The miners work underground.
De mijnwerkers werken ondergronds.

yield

/jiːld/

(verb) opleveren, produceren, opbrengen;

(noun) opbrengst, productie, rendement

Voorbeeld:

The apple trees yielded a bountiful harvest this year.
De appelbomen leverden dit jaar een overvloedige oogst op.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland