Avatar of Vocabulary Set Eenheid 9: Festivals over de hele wereld

Vocabulaireverzameling Eenheid 9: Festivals over de hele wereld in Graad 7: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 9: Festivals over de hele wereld' in 'Graad 7' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

festival

/ˈfes.tə.vəl/

(noun) festival, feest

Voorbeeld:

The town celebrates a summer festival every year.
De stad viert elk jaar een zomerfestival.

fascinating

/ˈfæs.ən.eɪ.tɪŋ/

(adjective) fascinerend, boeiend, interessant

Voorbeeld:

The history of ancient Egypt is absolutely fascinating.
De geschiedenis van het oude Egypte is absoluut fascinerend.

religious

/rɪˈlɪdʒ.əs/

(adjective) religieus, nauwgezet, gewetensvol

Voorbeeld:

She comes from a very religious family.
Ze komt uit een zeer religieuze familie.

celebrate

/ˈsel.ə.breɪt/

(verb) vieren, prijzen, eren

Voorbeeld:

We're going to celebrate her birthday with a big party.
We gaan haar verjaardag vieren met een groot feest.

camp

/kæmp/

(noun) kamp, fractie;

(verb) kamperen;

(adjective) overdreven, campy

Voorbeeld:

We set up camp near the river.
We sloegen kamp op bij de rivier.

thanksgiving

/ˌθæŋksˈɡɪv.ɪŋ/

(noun) dankzegging, dankbaarheid, Thanksgiving

Voorbeeld:

He offered a prayer of thanksgiving for his recovery.
Hij sprak een gebed van dankzegging uit voor zijn herstel.

stuffing

/ˈstʌf.ɪŋ/

(noun) vulling, opvulling

Voorbeeld:

The turkey was delicious with the savory stuffing.
De kalkoen was heerlijk met de hartige vulling.

feast

/fiːst/

(noun) feestmaal, banket, feestdag;

(verb) feesten, banketteren, traktatie geven

Voorbeeld:

The village prepared a grand feast for the harvest festival.
Het dorp bereidde een groots feestmaal voor het oogstfeest.

turkey

/ˈtɝː.ki/

(noun) kalkoen, idioot, domoor

Voorbeeld:

We had roasted turkey for Thanksgiving dinner.
We hadden gebraden kalkoen voor het Thanksgiving-diner.

gravy

/ˈɡreɪ.vi/

(noun) jus, vleessaus, meevaller

Voorbeeld:

She poured the hot gravy over the mashed potatoes.
Ze goot de hete jus over de aardappelpuree.

cranberry

/ˈkræn.ber.i/

(noun) veenbes, cranberry

Voorbeeld:

She made a delicious cranberry sauce for Thanksgiving dinner.
Ze maakte een heerlijke veenbessensaus voor het Thanksgiving-diner.

seasonal

/ˈsiː.zən.əl/

(adjective) seizoensgebonden, afhankelijk van het seizoen

Voorbeeld:

The store offers a variety of seasonal fruits and vegetables.
De winkel biedt een verscheidenheid aan seizoensgebonden groenten en fruit.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland