Avatar of Vocabulary Set Eenheid 1: Fijn je weer te zien

Vocabulaireverzameling Eenheid 1: Fijn je weer te zien in Groep 4: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 1: Fijn je weer te zien' in 'Groep 4' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

afternoon

/ˌæf.tɚˈnuːn/

(noun) middag

Voorbeeld:

I'll meet you this afternoon.
Ik ontmoet je vanmiddag.

again

/əˈɡen/

(adverb) weer, nogmaals, terug

Voorbeeld:

Can you say that again?
Kun je dat nog eens zeggen?

evening

/ˈiːv.nɪŋ/

(noun) avond

Voorbeeld:

We had dinner together last evening.
We hebben gisteravond samen gegeten.

later

/ˈleɪ.t̬ɚ/

(adverb) later, daarna;

(adjective) later, volgend

Voorbeeld:

I'll call you later.
Ik bel je later.

meet

/miːt/

(verb) ontmoeten, voldoen aan, halen;

(noun) bijeenkomst, wedstrijd

Voorbeeld:

I'm going to meet my friends at the cafe.
Ik ga mijn vrienden ontmoeten in het café.

morning

/ˈmɔːr.nɪŋ/

(noun) ochtend, morgen;

(exclamation) goedemorgen

Voorbeeld:

I usually wake up early in the morning.
Ik word meestal vroeg in de ochtend wakker.

night

/naɪt/

(noun) nacht;

(adjective) nachtelijk, avond-

Voorbeeld:

The stars shine brightly at night.
De sterren schijnen helder 's nachts.

see

/siː/

(verb) zien, waarnemen, begrijpen;

(noun) bisdom, zetel;

(exclamation) zie, begrijp

Voorbeeld:

Can you see the mountains from here?
Kun je de bergen van hier zien?

tomorrow

/təˈmɔːr.oʊ/

(adverb) morgen;

(noun) morgen

Voorbeeld:

I will see you tomorrow.
Ik zie je morgen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland