Avatar of Vocabulary Set Eenheid 3: Aan zee

Vocabulaireverzameling Eenheid 3: Aan zee in Groep 2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 3: Aan zee' in 'Groep 2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

seaside

/ˈsiː.saɪd/

(noun) kust, badplaats, zeekant;

(adjective) kust-, aan zee

Voorbeeld:

We spent our summer vacation at the seaside.
We brachten onze zomervakantie door aan de kust.

sand

/sænd/

(noun) zand;

(verb) schuren, gladschuren

Voorbeeld:

The children played in the sand on the beach.
De kinderen speelden in het zand op het strand.

sea

/siː/

(noun) zee, meer, grote hoeveelheid

Voorbeeld:

The ship sailed across the vast sea.
Het schip zeilde over de uitgestrekte zee.

sun

/sʌn/

(noun) zon, zonlicht, zonnewarmte;

(verb) zonnen, blootstellen aan de zon

Voorbeeld:

The sun is shining brightly today.
De zon schijnt vandaag fel.

sky

/skaɪ/

(noun) lucht, hemel

Voorbeeld:

The birds flew high in the sky.
De vogels vlogen hoog in de lucht.

wave

/weɪv/

(noun) golf, zwaai, gebaar;

(verb) zwaaien, wenken, wapperen

Voorbeeld:

The boat was tossed by the large waves.
De boot werd heen en weer geslingerd door de grote golven.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland