Avatar of Vocabulary Set Eenheid 10: Levenslang Leren

Vocabulaireverzameling Eenheid 10: Levenslang Leren in Graad 12: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 10: Levenslang Leren' in 'Graad 12' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

astonishing

/əˈstɑː.nɪ.ʃɪŋ/

(adjective) verbazingwekkend, verbluffend

Voorbeeld:

The view from the mountain top was astonishing.
Het uitzicht vanaf de bergtop was verbazingwekkend.

cheat

/tʃiːt/

(verb) valsspelen, bedriegen, vreemdgaan;

(noun) valsspeler, bedrieger

Voorbeeld:

He was caught trying to cheat on the exam.
Hij werd betrapt toen hij probeerde te valsspelen bij het examen.

compulsory

/kəmˈpʌl.sɚ.i/

(adjective) verplicht, bindend

Voorbeeld:

School attendance is compulsory for children up to the age of 16.
Schoolbezoek is verplicht voor kinderen tot 16 jaar.

concept

/ˈkɑːn.sept/

(noun) concept, idee, plan

Voorbeeld:

The concept of time travel is fascinating.
Het concept van tijdreizen is fascinerend.

curriculum

/kəˈrɪk.jə.ləm/

(noun) curriculum, leerplan

Voorbeeld:

The school is revising its curriculum to include more technology courses.
De school herziet haar curriculum om meer technologiecursussen op te nemen.

double major

/ˌdʌb.əl ˈmeɪ.dʒər/

(noun) dubbele major, dubbele hoofdvak;

(verb) een dubbele major doen, twee hoofdvakken studeren

Voorbeeld:

She decided to double major in computer science and mathematics.
Ze besloot een dubbele major te doen in informatica en wiskunde.

e-learning

/ˈiː.lɜːr.nɪŋ/

(noun) e-learning, elektronisch leren

Voorbeeld:

Many universities now offer e-learning courses.
Veel universiteiten bieden nu e-learning cursussen aan.

employable

/ɪmˈplɔɪ.ə.bəl/

(adjective) inzetbaar, werkzaam

Voorbeeld:

After completing the training, he became highly employable.
Na het voltooien van de training werd hij zeer inzetbaar.

exceptional

/ɪkˈsep.ʃən.əl/

(adjective) uitzonderlijk, ongewoon, buitengewoon

Voorbeeld:

The weather today is quite exceptional for this time of year.
Het weer vandaag is nogal uitzonderlijk voor deze tijd van het jaar.

facilitate

/fəˈsɪl.ə.teɪt/

(verb) vergemakkelijken, bevorderen

Voorbeeld:

The new software will facilitate data analysis.
De nieuwe software zal de data-analyse vergemakkelijken.

flexible

/ˈflek.sə.bəl/

(adjective) flexibel, buigzaam, aanpasbaar

Voorbeeld:

The yoga instructor showed us how to make our bodies more flexible.
De yogaleraar liet ons zien hoe we ons lichaam flexibeler kunnen maken.

genius

/ˈdʒiː.ni.əs/

(noun) genialiteit, begaafdheid, genie

Voorbeeld:

She has a genius for languages.
Ze heeft een genie voor talen.

institution

/ˌɪn.stəˈtuː.ʃən/

(noun) instelling, instituut, gebruik

Voorbeeld:

The university is a highly respected institution.
De universiteit is een zeer gerespecteerde instelling.

interact

/ˌɪn.t̬ɚˈækt/

(verb) interageren, op elkaar inwerken

Voorbeeld:

The two chemicals interact to form a new compound.
De twee chemicaliën interageren om een nieuwe verbinding te vormen.

lifelong

/ˈlaɪf.lɑːŋ/

(adjective) levenslang, voor het leven

Voorbeeld:

She has been my lifelong friend.
Ze is mijn levenslange vriendin geweest.

literacy

/ˈlɪt̬.ɚ.ə.si/

(noun) geletterdheid, lees- en schrijfvaardigheid, competentie

Voorbeeld:

Promoting adult literacy is crucial for community development.
Het bevorderen van volwassen geletterdheid is cruciaal voor gemeenschapsontwikkeling.

mindset

/ˈmaɪnd.set/

(noun) mindset, denkpatroon

Voorbeeld:

She has a positive mindset towards challenges.
Ze heeft een positieve mindset ten opzichte van uitdagingen.

overwhelming

/ˌoʊ.vɚˈwel.mɪŋ/

(adjective) overweldigend, enorm, moeilijk te hanteren

Voorbeeld:

The support from the community was overwhelming.
De steun van de gemeenschap was overweldigend.

platform

/ˈplæt.fɔːrm/

(noun) platform, perron, programma

Voorbeeld:

The train arrived at platform 9.
De trein arriveerde op perron 9.

prosper

/ˈprɑː.spɚ/

(verb) floreren, gedijen, groeien

Voorbeeld:

The business continued to prosper despite the economic downturn.
Het bedrijf bleef floreren ondanks de economische neergang.

temptation

/tempˈteɪ.ʃən/

(noun) verleiding, bekoring, lokmiddel

Voorbeeld:

He resisted the temptation to eat the whole cake.
Hij weerstond de verleiding om de hele taart op te eten.

ultimate

/ˈʌl.tə.mət/

(adjective) ultiem, uiteindelijk, beste;

(noun) het ultieme, het beste

Voorbeeld:

Winning the championship was the ultimate goal.
Het winnen van het kampioenschap was het uiteindelijke doel.

up-to-date

/ˌʌp.təˈdeɪt/

(adjective) up-to-date, actueel

Voorbeeld:

We need to keep our software up-to-date.
We moeten onze software up-to-date houden.

voluntarily

/ˈvɑː.lən.ter.əl.i/

(adverb) vrijwillig, uit eigen beweging

Voorbeeld:

She voluntarily offered to help with the project.
Ze bood vrijwillig aan om te helpen met het project.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland