Avatar of Vocabulary Set Eenheid 8: In het Park

Vocabulaireverzameling Eenheid 8: In het Park in Groep 1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 8: In het Park' in 'Groep 1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

hair

/her/

(noun) haar, kapsel

Voorbeeld:

She has long, beautiful hair.
Ze heeft lang, mooi haar.

hand

/hænd/

(noun) hand, handschrift, wijzer;

(verb) overhandigen, aanreiken

Voorbeeld:

She waved her hand to say goodbye.
Ze zwaaide met haar hand om gedag te zeggen.

head

/hed/

(noun) hoofd, kop, leider;

(verb) gaan, zich begeven, leiden;

(adjective) hoofd, voorste

Voorbeeld:

She nodded her head in agreement.
Ze knikte haar hoofd instemmend.

horse

/hɔːrs/

(noun) paard, bok, steun;

(verb) van paarden voorzien, met paarden trekken

Voorbeeld:

The knight rode his horse into battle.
De ridder reed op zijn paard de strijd in.

lake

/leɪk/

(noun) meer

Voorbeeld:

We went fishing in the lake.
We gingen vissen in het meer.

duck

/dʌk/

(noun) eend;

(verb) duiken, ontwijken

Voorbeeld:

The duck swam gracefully across the pond.
De eend zwom gracieus over de vijver.

bird

/bɝːd/

(noun) vogel, meid, vrouw;

(verb) de middelvinger opsteken

Voorbeeld:

The little bird sang sweetly on the branch.
Het kleine vogeltje zong lieflijk op de tak.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland