Vocabulaireverzameling Top 301 - 325 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 301 - 325 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) primair, hoofd-, oorspronkelijk;
(noun) voorverkiezing, primaire verkiezing
Voorbeeld:
(adjective) democratisch, egalitair
Voorbeeld:
(adjective) onwaar, vals, fout;
(adverb) fout, onjuist
Voorbeeld:
(adjective) absoluut, volledig, onvoorwaardelijk
Voorbeeld:
(adjective) indrukwekkend, imponerend
Voorbeeld:
(adjective) uitgestrekt, enorm, immens
Voorbeeld:
(adjective) officieel, ambtelijk, erkend;
(noun) functionaris, ambtenaar
Voorbeeld:
(adjective) scherp, intens, intelligent;
(adverb) stipt, scherp;
(noun) kruis
Voorbeeld:
(adjective) westelijk, westers;
(noun) western
Voorbeeld:
(adjective) intern, binnen-, binnenlands
Voorbeeld:
(adjective) waardevol, kostbaar, nuttig
Voorbeeld:
(adjective) burgerlijk, civiel, beleefd
Voorbeeld:
(adjective) nat, vochtig, regenachtig;
(verb) natmaken, bevochtigen
Voorbeeld:
(adjective) cultureel, artistiek
Voorbeeld:
(adjective) fundamenteel, essentieel;
(noun) grondbeginselen, basisprincipes
Voorbeeld:
(noun) vet;
(adjective) dik, vet, groot
Voorbeeld:
(adjective) puur, zuiver, onberispelijk
Voorbeeld:
(adjective) initieel, aanvankelijk, eerste;
(noun) initiaal, voorletter;
(verb) paraferen, voorletteren
Voorbeeld:
(adverb) verder, meer;
(adjective) verder, additioneel;
(verb) bevorderen, stimuleren
Voorbeeld:
(adjective) tegengesteld, tegenoverliggend, contrasterend;
(noun) tegenovergestelde, tegenpool;
(preposition) tegenover, aan de overkant;
(adverb) tegenover, aan de overkant
Voorbeeld:
(adjective) Romeins, Rooms-Katholiek;
(noun) Romein, inwoner van Rome
Voorbeeld:
(noun) Pers, Perzisch;
(adjective) Perzisch
Voorbeeld:
(noun) Italiaan, Italiaanse, Italiaans;
(adjective) Italiaans
Voorbeeld:
(adjective) Japans;
(noun) Japans
Voorbeeld:
(adjective) enorm, reusachtig, gigantisch
Voorbeeld: