Avatar of Vocabulary Set Top 301 - 325 Adjectives

Vocabulaireverzameling Top 301 - 325 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 301 - 325 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

primary

/ˈpraɪ.mer.i/

(adjective) primair, hoofd-, oorspronkelijk;

(noun) voorverkiezing, primaire verkiezing

Voorbeeld:

The primary goal is to reduce costs.
Het primaire doel is om kosten te verlagen.

democratic

/ˌdem.əˈkræt̬.ɪk/

(adjective) democratisch, egalitair

Voorbeeld:

The country held its first democratic elections.
Het land hield zijn eerste democratische verkiezingen.

false

/fɑːls/

(adjective) onwaar, vals, fout;

(adverb) fout, onjuist

Voorbeeld:

That statement is completely false.
Die bewering is volledig onwaar.

absolute

/ˈæb.sə.luːt/

(adjective) absoluut, volledig, onvoorwaardelijk

Voorbeeld:

She has absolute trust in him.
Ze heeft absoluut vertrouwen in hem.

impressive

/ɪmˈpres.ɪv/

(adjective) indrukwekkend, imponerend

Voorbeeld:

The view from the mountain top was truly impressive.
Het uitzicht vanaf de bergtop was werkelijk indrukwekkend.

vast

/væst/

(adjective) uitgestrekt, enorm, immens

Voorbeeld:

The desert stretched out before them, a vast expanse of sand.
De woestijn strekte zich voor hen uit, een uitgestrekte zandvlakte.

official

/əˈfɪʃ.əl/

(adjective) officieel, ambtelijk, erkend;

(noun) functionaris, ambtenaar

Voorbeeld:

The mayor made an official announcement.
De burgemeester deed een officiële aankondiging.

sharp

/ʃɑːrp/

(adjective) scherp, intens, intelligent;

(adverb) stipt, scherp;

(noun) kruis

Voorbeeld:

Be careful, that knife is very sharp.
Wees voorzichtig, dat mes is erg scherp.

western

/ˈwes.tɚn/

(adjective) westelijk, westers;

(noun) western

Voorbeeld:

The sun sets in the western sky.
De zon gaat onder in de westelijke hemel.

internal

/ɪnˈtɝː.nəl/

(adjective) intern, binnen-, binnenlands

Voorbeeld:

The doctor examined his internal organs.
De dokter onderzocht zijn interne organen.

valuable

/ˈvæl.jə.bəl/

(adjective) waardevol, kostbaar, nuttig

Voorbeeld:

The antique vase is extremely valuable.
De antieke vaas is extreem waardevol.

civil

/ˈsɪv.əl/

(adjective) burgerlijk, civiel, beleefd

Voorbeeld:

The government is focused on civil liberties.
De regering richt zich op burgerlijke vrijheden.

wet

/wet/

(adjective) nat, vochtig, regenachtig;

(verb) natmaken, bevochtigen

Voorbeeld:

My clothes got completely wet in the rain.
Mijn kleren werden helemaal nat in de regen.

cultural

/ˈkʌl.tʃɚ.əl/

(adjective) cultureel, artistiek

Voorbeeld:

The museum showcases the rich cultural heritage of the region.
Het museum toont het rijke culturele erfgoed van de regio.

fundamental

/ˌfʌn.dəˈmen.t̬əl/

(adjective) fundamenteel, essentieel;

(noun) grondbeginselen, basisprincipes

Voorbeeld:

The fundamental principles of physics.
De fundamentele principes van de natuurkunde.

fat

/fæt/

(noun) vet;

(adjective) dik, vet, groot

Voorbeeld:

The chef trimmed the excess fat from the meat.
De chef sneed het overtollige vet van het vlees.

pure

/pjʊr/

(adjective) puur, zuiver, onberispelijk

Voorbeeld:

The ring is made of pure gold.
De ring is gemaakt van puur goud.

initial

/ɪˈnɪʃ.əl/

(adjective) initieel, aanvankelijk, eerste;

(noun) initiaal, voorletter;

(verb) paraferen, voorletteren

Voorbeeld:

The initial phase of the project was successful.
De initiële fase van het project was succesvol.

further

/ˈfɝː.ðɚ/

(adverb) verder, meer;

(adjective) verder, additioneel;

(verb) bevorderen, stimuleren

Voorbeeld:

Let's walk a little further.
Laten we een beetje verder lopen.

opposite

/ˈɑː.pə.zɪt/

(adjective) tegengesteld, tegenoverliggend, contrasterend;

(noun) tegenovergestelde, tegenpool;

(preposition) tegenover, aan de overkant;

(adverb) tegenover, aan de overkant

Voorbeeld:

The two cars were traveling in opposite directions.
De twee auto's reden in tegengestelde richtingen.

Roman

/ˈroʊ.mən/

(adjective) Romeins, Rooms-Katholiek;

(noun) Romein, inwoner van Rome

Voorbeeld:

The Colosseum is a famous Roman amphitheater.
Het Colosseum is een beroemd Romeins amfitheater.

Persian

/ˈpɝː.ʒən/

(noun) Pers, Perzisch;

(adjective) Perzisch

Voorbeeld:

Many Persians celebrate Nowruz, the traditional Iranian New Year.
Veel Perzen vieren Nowruz, het traditionele Iraanse Nieuwjaar.

Italian

/ɪˈtæl.jən/

(noun) Italiaan, Italiaanse, Italiaans;

(adjective) Italiaans

Voorbeeld:

He is an Italian who moved to New York.
Hij is een Italiaan die naar New York verhuisde.

Japanese

/ˌdʒæp.ənˈiːz/

(adjective) Japans;

(noun) Japans

Voorbeeld:

She is studying Japanese history.
Ze studeert Japanse geschiedenis.

enormous

/əˈnɔːr.məs/

(adjective) enorm, reusachtig, gigantisch

Voorbeeld:

The company made an enormous profit this year.
Het bedrijf maakte dit jaar een enorme winst.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland