Avatar of Vocabulary Set Kwaliteit

Vocabulaireverzameling Kwaliteit in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Kwaliteit' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

sublime

/səˈblaɪm/

(adjective) subliem, verheven, groots;

(verb) verheffen, transformeren, zuiveren

Voorbeeld:

The artist's work reached a sublime level of perfection.
Het werk van de kunstenaar bereikte een subliem niveau van perfectie.

unsurpassed

/ˌʌn.sɚˈpæst/

(adjective) onovertroffen, ongeëvenaard, onovertrefbaar

Voorbeeld:

The quality of their craftsmanship is unsurpassed.
De kwaliteit van hun vakmanschap is onovertroffen.

awe-inspiring

/ˈɔː.ɪnˌspaɪr.ɪŋ/

(adjective) ontzagwekkend, indrukwekkend

Voorbeeld:

The Grand Canyon is an awe-inspiring natural wonder.
De Grand Canyon is een ontzagwekkend natuurwonder.

dazzling

/ˈdæz.əl.ɪŋ/

(adjective) verblindend, schitterend, verbluffend

Voorbeeld:

The sun was so dazzling that I had to put on my sunglasses.
De zon was zo verblindend dat ik mijn zonnebril moest opzetten.

subpar

/ˈsʌb.pɑːr/

(adjective) ondermaats, beneden peil

Voorbeeld:

The restaurant's service was subpar, which ruined our evening.
De service van het restaurant was ondermaats, wat onze avond verpestte.

atrocious

/əˈtroʊ.ʃəs/

(adjective) afschuwelijk, wreed, gruwelijk

Voorbeeld:

The criminal committed an atrocious act.
De crimineel beging een afschuwelijke daad.

lackluster

/ˈlækˌlʌs.tɚ/

(adjective) futloos, glansloos, saai

Voorbeeld:

The team gave a lackluster performance in the first half.
Het team leverde een futloze prestatie in de eerste helft.

crummy

/ˈkrʌm.i/

(adjective) waardeloos, slecht, beroerd

Voorbeeld:

I bought a crummy used car that broke down after a week.
Ik kocht een waardeloze tweedehands auto die na een week kapot ging.

lousy

/ˈlaʊ.zi/

(adjective) waardeloos, slecht, beroerd

Voorbeeld:

I had a lousy day at work.
Ik had een waardeloze dag op het werk.

wretched

/ˈretʃ.ɪd/

(adjective) ellendig, ongelukkig, miserabel

Voorbeeld:

The refugees lived in wretched conditions.
De vluchtelingen leefden in ellendige omstandigheden.

salient

/ˈseɪ.li.ənt/

(adjective) opvallend, belangrijk, saillant;

(noun) saillant, uitstulping

Voorbeeld:

The salient features of the new policy were discussed.
De opvallende kenmerken van het nieuwe beleid werden besproken.

unimpaired

/ˌʌn.ɪmˈperd/

(adjective) ongeschaad, onverminderd, intact

Voorbeeld:

Despite his age, his vision remained unimpaired.
Ondanks zijn leeftijd bleef zijn zicht ongeschaad.

shoddy

/ˈʃɑː.di/

(adjective) prullig, slecht gemaakt, inferieur

Voorbeeld:

The repairs to the car were so shoddy that it broke down again within a week.
De reparaties aan de auto waren zo slecht gedaan dat hij binnen een week weer kapot ging.

bouncy

/ˈbaʊn.si/

(adjective) veerkrachtig, stuiterend, levendig

Voorbeeld:

The children loved playing with the bouncy ball.
De kinderen vonden het heerlijk om met de stuiterende bal te spelen.

coveted

/ˈkʌv·ə·t̬ɪd/

(adjective) begeerd, gewild

Voorbeeld:

The championship trophy is the most coveted award in the league.
De kampioenstrofee is de meest begeerde prijs in de competitie.

exemplary

/ɪɡˈzem.plɚ.i/

(adjective) voorbeeldig, uitmuntend, afschrikwekkend

Voorbeeld:

Her dedication to the project was exemplary.
Haar toewijding aan het project was voorbeeldig.

transcendent

/trænˈsen.dənt/

(adjective) transcendent, bovenzinnelijk, uitmuntend

Voorbeeld:

The artist aimed to create a work of transcendent beauty.
De kunstenaar wilde een werk van transcendente schoonheid creëren.

sterling

/ˈstɝː.lɪŋ/

(noun) pond sterling, Britse valuta;

(adjective) uitstekend, geweldig, waardevol

Voorbeeld:

The value of sterling has fluctuated recently.
De waarde van het pond sterling is recentelijk gefluctueerd.

nonpareil

/ˌnɑːn.pəˈrel/

(adjective) ongeëvenaard, onvergelijkbaar;

(noun) ongeëvenaarde, uniek exemplaar

Voorbeeld:

Her talent as a pianist is truly nonpareil.
Haar talent als pianiste is werkelijk ongeëvenaard.

up to snuff

/ʌp tə snʌf/

(idiom) op peil, naar behoren, voldoende

Voorbeeld:

His performance wasn't quite up to snuff today.
Zijn prestatie was vandaag niet helemaal op peil.

mediocre

/ˌmiː.diˈoʊ.kɚ/

(adjective) middelmatig, doorsnee, matig

Voorbeeld:

The restaurant served mediocre food.
Het restaurant serveerde middelmatig eten.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland