Avatar of Vocabulary Set B1 - Muziek

Vocabulaireverzameling B1 - Muziek in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Muziek' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

keyboard

/ˈkiː.bɔːrd/

(noun) toetsenbord, keyboard, toetsinstrument;

(verb) intypen, invoeren

Voorbeeld:

I need a new keyboard for my computer.
Ik heb een nieuw toetsenbord nodig voor mijn computer.

trumpet

/ˈtrʌm.pət/

(noun) trompet, trompetstoot, getrompetter;

(verb) trompetteren, rondbazuinen

Voorbeeld:

He played a beautiful solo on the trumpet.
Hij speelde een prachtige solo op de trompet.

accordion

/əˈkɔːr.di.ən/

(noun) accordeon;

(verb) accordeonneren, opvouwen als een accordeon

Voorbeeld:

He played a lively tune on his accordion.
Hij speelde een levendig deuntje op zijn accordeon.

cello

/ˈtʃel.oʊ/

(noun) cello

Voorbeeld:

She plays the cello beautifully.
Ze speelt prachtig cello.

clarinet

/ˌkler.ɪˈnet/

(noun) klarinet

Voorbeeld:

She plays the clarinet in the school band.
Zij speelt klarinet in de schoolband.

flute

/fluːt/

(noun) fluit, champagnefluit, fluitglas;

(verb) fluiten, een fluitgeluid maken

Voorbeeld:

She played a beautiful melody on her wooden flute.
Ze speelde een prachtige melodie op haar houten fluit.

saxophone

/ˈsæk.sə.foʊn/

(noun) saxofoon

Voorbeeld:

He played a soulful melody on his saxophone.
Hij speelde een gevoelige melodie op zijn saxofoon.

band

/bænd/

(noun) band, strook, bereik;

(verb) banden, vastbinden, verenigen

Voorbeeld:

The band played all their greatest hits.
De band speelde al hun grootste hits.

choir

/ˈkwaɪ.ɚ/

(noun) koor

Voorbeeld:

The church choir sang beautifully during the service.
Het kerkkoor zong prachtig tijdens de dienst.

conductor

/kənˈdʌk.tɚ/

(noun) dirigent, geleider, conducteur

Voorbeeld:

The conductor raised his baton, and the orchestra began to play.
De dirigent hief zijn baton, en het orkest begon te spelen.

dj

/ˈdiːˌdʒeɪ/

(noun) DJ, diskjockey

Voorbeeld:

The DJ played a great set at the party last night.
De DJ draaide een geweldige set op het feest gisteravond.

performer

/pɚˈfɔːr.mɚ/

(noun) artiest, uitvoerder, performer

Voorbeeld:

The circus performer amazed the crowd with his acrobatics.
De circusartiest verbaasde het publiek met zijn acrobatiek.

pianist

/ˈpiː.ən.ɪst/

(noun) pianist

Voorbeeld:

The talented pianist performed a beautiful concerto.
De getalenteerde pianist voerde een prachtig concerto uit.

violinist

/ˌvaɪəˈlɪn.ɪst/

(noun) violist

Voorbeeld:

The talented violinist performed a beautiful concerto.
De getalenteerde violist speelde een prachtig concerto.

drummer

/ˈdrʌm.ɚ/

(noun) drummer

Voorbeeld:

The drummer kept a steady beat throughout the song.
De drummer hield een constante beat aan gedurende het hele nummer.

album

/ˈæl.bəm/

(noun) album, plakboek

Voorbeeld:

Her new album is topping the charts.
Haar nieuwe album staat bovenaan de hitlijsten.

tape

/teɪp/

(noun) tape, plakband, lint;

(verb) vasttapen, plakken, opnemen

Voorbeeld:

Please use some tape to seal the box.
Gebruik alstublieft wat tape om de doos te sluiten.

tour

/tʊr/

(noun) rondreis, tournee, rondleiding;

(verb) toeren, rondreizen

Voorbeeld:

They went on a grand tour of Europe.
Ze gingen op een grote rondreis door Europa.

publish

/ˈpʌb.lɪʃ/

(verb) publiceren, uitgeven, bekendmaken

Voorbeeld:

The author hopes to publish her first novel next year.
De auteur hoopt volgend jaar haar eerste roman te publiceren.

chorus

/ˈkɔːr.əs/

(noun) refrein, koor, zangkoor;

(verb) in koor roepen, samen zingen

Voorbeeld:

Everyone sang along to the catchy chorus.
Iedereen zong mee met het pakkende refrein.

beat

/biːt/

(verb) slaan, afranselen, verslaan;

(noun) beat, ritme, slag;

(adjective) uitgeput, moe

Voorbeeld:

He was severely beaten by the attackers.
Hij werd zwaar geslagen door de aanvallers.

lyric

/ˈlɪr.ɪk/

(noun) tekst, liedtekst;

(adjective) lyrisch, poëtisch

Voorbeeld:

She wrote the lyrics for the new song.
Ze schreef de tekst voor het nieuwe liedje.

MP3 player

/ˌem.piː.ˈθriː ˌpleɪ.ər/

(noun) MP3-speler

Voorbeeld:

She loaded her favorite songs onto her new MP3 player.
Ze laadde haar favoriete nummers op haar nieuwe MP3-speler.

headphones

/ˈhed.foʊnz/

(plural noun) koptelefoon, hoofdtelefoon

Voorbeeld:

She put on her headphones to listen to music.
Ze zette haar koptelefoon op om naar muziek te luisteren.

ipod

/ˈaɪ.pɑːd/

(trademark) iPod, draagbare mediaspeler

Voorbeeld:

I loaded all my favorite songs onto my new iPod.
Ik heb al mijn favoriete nummers op mijn nieuwe iPod geladen.

microphone

/ˈmaɪ.krə.foʊn/

(noun) microfoon

Voorbeeld:

Please speak clearly into the microphone.
Spreek alstublieft duidelijk in de microfoon.

karaoke

/ˌker.iˈoʊ.ki/

(noun) karaoke

Voorbeeld:

Let's go to a karaoke bar tonight.
Laten we vanavond naar een karaokebar gaan.

songwriter

/ˈsɑːŋˌraɪ.t̬ɚ/

(noun) songwriter, liedjesschrijver

Voorbeeld:

She is a talented songwriter and has written many hit songs.
Zij is een getalenteerde songwriter en heeft veel hits geschreven.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland