Vocabulaireverzameling A1 - Stad in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Stad' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) stad
Voorbeeld:
(noun) stad, plaats, inwoners van de stad
Voorbeeld:
(noun) straat, weg, straatbewoners
Voorbeeld:
(plural noun) verkeerslichten, stoplicht
Voorbeeld:
(noun) zebrapad, voetgangersoversteekplaats
Voorbeeld:
(noun) stoep, trottoir
Voorbeeld:
(noun) bank, oever, wal;
(verb) storten, bankieren, ophopen
Voorbeeld:
(noun) ziekenhuis
Voorbeeld:
(noun) drogisterij, apotheek
Voorbeeld:
(noun) koffieshop, café
Voorbeeld:
(noun) restaurant
Voorbeeld:
(noun) staaf, balk, spijl;
(verb) versperren, verbieden, uitsluiten
Voorbeeld:
(noun) bioscoop, filmtheater
Voorbeeld:
(noun) supermarkt
Voorbeeld:
(noun) postkantoor
Voorbeeld:
(noun) boekhandel
Voorbeeld:
(noun) warenhuis
Voorbeeld:
(noun) bakkerij
Voorbeeld:
(noun) bank, werkbank, laboratoriumtafel;
(verb) banken, op de bank zetten, benchmarken
Voorbeeld:
(noun) kiosk, krantenstandaard
Voorbeeld:
(noun) museum
Voorbeeld:
(noun) park, reservaat;
(verb) parkeren
Voorbeeld:
(noun) hotel
Voorbeeld:
(noun) kaart;
(verb) karteren, in kaart brengen
Voorbeeld:
(noun) politie;
(verb) controleren, bewaken
Voorbeeld: