Avatar of Vocabulary Set Tassen

Vocabulaireverzameling Tassen in Kleding en Mode: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Tassen' in 'Kleding en Mode' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

purse

/pɝːs/

(noun) handtas, beurs, prijzenpot;

(verb) samentrekken, rimpelen

Voorbeeld:

She searched for her keys in her purse.
Ze zocht haar sleutels in haar handtas.

wallet

/ˈwɑː.lɪt/

(noun) portemonnee, beurs

Voorbeeld:

He pulled out his wallet to pay for the coffee.
Hij haalde zijn portemonnee tevoorschijn om de koffie te betalen.

shoulder bag

/ˈʃoʊl.dər ˌbæɡ/

(noun) schoudertas

Voorbeeld:

She carried her essentials in a stylish leather shoulder bag.
Ze droeg haar benodigdheden in een stijlvolle leren schoudertas.

rucksack

/ˈrʌk.sæk/

(noun) rugzak

Voorbeeld:

He packed his sleeping bag and tent into his rucksack.
Hij pakte zijn slaapzak en tent in zijn rugzak.

backpack

/ˈbæk.pæk/

(noun) rugzak;

(verb) backpacken, met een rugzak reizen

Voorbeeld:

He packed his clothes into his backpack for the trip.
Hij pakte zijn kleren in zijn rugzak voor de reis.

knapsack

/ˈnæp.sæk/

(noun) knapzak, rugzak

Voorbeeld:

He packed his lunch and a water bottle in his knapsack before heading out for a hike.
Hij pakte zijn lunch en een waterfles in zijn knapzak voordat hij ging wandelen.

briefcase

/ˈbriːf.keɪs/

(noun) aktetas

Voorbeeld:

He carried his important documents in a leather briefcase.
Hij droeg zijn belangrijke documenten in een leren aktetas.

luggage

/ˈlʌɡ.ɪdʒ/

(noun) bagage

Voorbeeld:

Please place your luggage in the overhead compartment.
Plaats uw bagage alstublieft in het bagagevak boven uw hoofd.

trunk

/trʌŋk/

(noun) stam, slurf, koffer

Voorbeeld:

The elephant rubbed its back against the rough trunk of the tree.
De olifant wreef zijn rug tegen de ruwe stam van de boom.

clutch

/klʌtʃ/

(noun) greep, vastpakken, koppeling;

(verb) grijpen, vastpakken;

(adjective) cruciaal, beslissend

Voorbeeld:

He lost his clutch on the steering wheel.
Hij verloor zijn greep op het stuur.

tote bag

/ˈtoʊt bæɡ/

(noun) draagtas, boodschappentas

Voorbeeld:

She carried her groceries in a reusable tote bag.
Ze droeg haar boodschappen in een herbruikbare draagtas.

haversack

/ˈhæv.ɚ.sæk/

(noun) ransel, schoudertas

Voorbeeld:

He packed his lunch and water bottle into his haversack before heading out for the hike.
Hij pakte zijn lunch en waterfles in zijn ransel voordat hij ging wandelen.

duffle bag

/ˈdʌf.əl bæg/

(noun) plunjezak, sporttas

Voorbeeld:

He packed his clothes into a large duffle bag for the trip.
Hij pakte zijn kleren in een grote plunjezak voor de reis.

sporran

/ˈspɔːr.ən/

(noun) sporran

Voorbeeld:

He adjusted his sporran before the Highland Games.
Hij stelde zijn sporran bij voor de Highland Games.

pouch

/paʊtʃ/

(noun) buidel, zakje;

(verb) in een buidel stoppen, opbergen

Voorbeeld:

She kept her coins in a small leather pouch.
Ze bewaarde haar munten in een klein leren buideltje.

daypack

/ˈdeɪ.pæk/

(noun) dagrugzak

Voorbeeld:

He packed a water bottle and some snacks in his daypack for the hike.
Hij pakte een waterfles en wat snacks in zijn dagrugzak voor de wandeling.

satchel

/ˈsætʃ.əl/

(noun) schooltas, schoudertas

Voorbeeld:

He slung his leather satchel over his shoulder and headed to class.
Hij sloeg zijn leren schooltas over zijn schouder en ging naar de les.

shopping bag

/ˈʃɑː.pɪŋ ˌbæɡ/

(noun) boodschappentas, winkeltas

Voorbeeld:

She carried two heavy shopping bags filled with groceries.
Ze droeg twee zware boodschappentassen gevuld met boodschappen.

saddlebag

/ˈsæd.əl.bæɡ/

(noun) zadeltas, zadeltassen, vetophoping op de dijen

Voorbeeld:

He packed his lunch in the saddlebag of his bicycle.
Hij pakte zijn lunch in de zadeltas van zijn fiets.

bindle

/ˈbɪn.dəl/

(noun) bundel, pak

Voorbeeld:

The old tramp carried his few possessions in a worn bindle.
De oude zwerver droeg zijn weinige bezittingen in een versleten bundel.

pannier

/ˈpæn.jɚ/

(noun) fietstas, pakzak, mand

Voorbeeld:

She loaded her groceries into the bicycle panniers.
Ze laadde haar boodschappen in de fietstassen.

garment bag

/ˈɡɑːr.mənt bæg/

(noun) kledingzak, kostuumzak

Voorbeeld:

He packed his suit in a garment bag for the business trip.
Hij pakte zijn pak in een kledingzak voor de zakenreis.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland