Vocabulaireverzameling Familie in Algemene IELTS-woordenschat (band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Familie' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈlɪn.i.ɪdʒ/
(noun) afkomst, geslacht, stamboom
Voorbeeld:
His noble lineage could be traced back to ancient kings.
Zijn adellijke afkomst kon worden teruggevoerd tot oude koningen.
/ˈblen.dɪd ˌfæm.ɪ.li/
(noun) samengesteld gezin, patchworkgezin
Voorbeeld:
They formed a happy blended family after their remarriage.
Ze vormden een gelukkig samengesteld gezin na hun hertrouwen.
/ˈbluː blʌd/
(idiom) blauw bloed, adellijke afkomst
Voorbeeld:
Despite his humble beginnings, he married into a family of blue blood.
Ondanks zijn bescheiden afkomst trouwde hij in een familie van blauw bloed.
/ˈbroʊkən hoʊm/
(noun) gebroken gezin, ontwricht gezin
Voorbeeld:
Growing up in a broken home can present unique challenges for children.
Opgroeien in een gebroken gezin kan unieke uitdagingen voor kinderen met zich meebrengen.
/ˌkɑːn.sæŋˈɡwɪn.ə.t̬i/
(noun) bloedverwantschap, verwantschap
Voorbeeld:
The legal system often considers consanguinity in matters of inheritance.
Het rechtssysteem houdt vaak rekening met bloedverwantschap in zaken van erfopvolging.
/ˈped.ə.ɡriː/
(noun) stamboom, afstamming, geschiedenis;
(adjective) raszuiver, met stamboom
Voorbeeld:
The dog has an excellent pedigree, with champions in its lineage.
De hond heeft een uitstekende stamboom, met kampioenen in zijn lijn.
/ˈprɑː.dʒə.ni/
(noun) nakomelingen, nageslacht, kroost
Voorbeeld:
The old farmer was proud of his numerous progeny.
De oude boer was trots op zijn talrijke nakomelingen.
/ˈsɝː.ə.ɡeɪt ˌmʌð.ər/
(noun) draagmoeder
Voorbeeld:
The couple decided to use a surrogate mother to have a child.
Het stel besloot een draagmoeder te gebruiken om een kind te krijgen.
/proʊˈdʒen.ə.t̬ɚ/
(noun) voorouder, grondlegger, oorsprong
Voorbeeld:
The first single-celled organisms were the progenitors of all life on Earth.
De eerste eencellige organismen waren de voorouders van al het leven op Aarde.