Avatar of Vocabulary Set Waarde

Vocabulaireverzameling Waarde in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Waarde' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

invaluable

/ɪnˈvæl.jə.bəl/

(adjective) van onschatbare waarde, onmisbaar, zeer waardevol

Voorbeeld:

Her experience in the field was invaluable to the project.
Haar ervaring in het veld was van onschatbare waarde voor het project.

expensive

/ɪkˈspen.sɪv/

(adjective) duur, kostbaar

Voorbeeld:

The new car was very expensive.
De nieuwe auto was erg duur.

valuable

/ˈvæl.jə.bəl/

(adjective) waardevol, kostbaar, nuttig

Voorbeeld:

The antique vase is extremely valuable.
De antieke vaas is extreem waardevol.

high-priced

/haɪ-praɪst/

(adjective) prijzig, duur

Voorbeeld:

They only dine at high-priced restaurants.
Ze dineren alleen in prijzige restaurants.

priceless

/ˈpraɪs.ləs/

(adjective) onbetaalbaar, van onschatbare waarde, hilarisch

Voorbeeld:

The ancient artifact was truly priceless.
Het oude artefact was werkelijk onbetaalbaar.

pricey

/ˈpraɪ.si/

(adjective) prijzig, duur

Voorbeeld:

The restaurant is a bit pricey, but the food is excellent.
Het restaurant is een beetje prijzig, maar het eten is uitstekend.

fancy

/ˈfæn.si/

(adjective) chique, uitgebreid, luxueus;

(verb) zin hebben in, houden van, zich voorstellen;

(noun) gril, fantasie, lust

Voorbeeld:

She wore a fancy dress to the ball.
Ze droeg een chique jurk naar het bal.

cheap

/tʃiːp/

(adjective) goedkoop, prullerig, gierig;

(adverb) goedkoop, voordelig

Voorbeeld:

The hotel offers cheap rooms during the off-season.
Het hotel biedt goedkope kamers aan tijdens het laagseizoen.

inexpensive

/ˌɪn.ɪkˈspen.sɪv/

(adjective) goedkoop, voordelig

Voorbeeld:

This restaurant offers delicious and inexpensive meals.
Dit restaurant biedt heerlijke en goedkope maaltijden.

low-priced

/loʊ praɪst/

(adjective) goedkoop, voordelig

Voorbeeld:

The store specializes in low-priced clothing for students.
De winkel is gespecialiseerd in goedkope kleding voor studenten.

worthless

/ˈwɝːθ.ləs/

(adjective) waardeloos, nutteloos, slecht

Voorbeeld:

The old car was completely worthless.
De oude auto was volkomen waardeloos.

low-cost

/loʊ kɔːst/

(adjective) goedkoop, voordelig, low-cost

Voorbeeld:

We booked a flight with a low-cost airline.
We hebben een vlucht geboekt bij een low-cost luchtvaartmaatschappij.

unworthy

/ʌnˈwɝː.ði/

(adjective) onwaardig, niet verdienend

Voorbeeld:

He felt unworthy of the award.
Hij voelde zich de prijs onwaardig.

productive

/prəˈdʌk.tɪv/

(adjective) productief, vruchtbaar, rendabel

Voorbeeld:

It was a very productive meeting, we made a lot of decisions.
Het was een zeer productieve vergadering, we hebben veel beslissingen genomen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland