Avatar of Vocabulary Set Carrièremogelijkheden in service en ondersteuning

Vocabulaireverzameling Carrièremogelijkheden in service en ondersteuning in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Carrièremogelijkheden in service en ondersteuning' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

nurse

/nɝːs/

(noun) verpleegkundige, verpleger, verpleegster;

(verb) verplegen, verzorgen, voeden

Voorbeeld:

The nurse checked the patient's vital signs.
De verpleegkundige controleerde de vitale functies van de patiënt.

secretary

/ˈsek.rə.ter.i/

(noun) secretaresse, secretaris, minister

Voorbeeld:

My secretary handles all my appointments and correspondence.
Mijn secretaresse regelt al mijn afspraken en correspondentie.

receptionist

/rɪˈsep.ʃən.ɪst/

(noun) receptionist, receptioniste

Voorbeeld:

The receptionist greeted me with a warm smile.
De receptioniste begroette me met een warme glimlach.

waiter

/ˈweɪ.t̬ɚ/

(noun) ober, kelner

Voorbeeld:

The waiter brought us the menu.
De ober bracht ons de menukaart.

waitress

/ˈweɪ.trəs/

(noun) serveerster

Voorbeeld:

The waitress took our order with a smile.
De serveerster nam onze bestelling glimlachend op.

cashier

/kæʃˈɪr/

(noun) kassamedewerker, caissière

Voorbeeld:

The cashier quickly processed my payment.
De kassamedewerker verwerkte snel mijn betaling.

flight attendant

/ˈflaɪt əˌten.dənt/

(noun) stewardess, steward

Voorbeeld:

The flight attendant demonstrated the safety procedures.
De stewardess demonstreerde de veiligheidsprocedures.

hairdresser

/ˈherˌdres.ɚ/

(noun) kapper, kapster

Voorbeeld:

I need to make an appointment with my hairdresser.
Ik moet een afspraak maken met mijn kapper.

housekeeper

/ˈhaʊsˌkiː.pɚ/

(noun) huishoudster, huisvrouw

Voorbeeld:

The hotel employs several housekeepers to maintain cleanliness.
Het hotel heeft verschillende huishoudsters in dienst om de netheid te handhaven.

nanny

/ˈnæn.i/

(noun) nanny, kindermeisje, geit

Voorbeeld:

The family hired a new nanny to care for their twins.
Het gezin huurde een nieuwe nanny in om voor hun tweeling te zorgen.

clerk

/klɝːk/

(noun) bediende, klerk, secretaris;

(verb) als klerk werken, klerkswerk doen

Voorbeeld:

The bank clerk helped me open a new account.
De bankbediende hielp me een nieuwe rekening te openen.

maid

/meɪd/

(noun) meid, dienstmeisje, maagd

Voorbeeld:

The maid cleaned the entire house before the guests arrived.
De meid maakte het hele huis schoon voordat de gasten arriveerden.

emergency services

/ɪˈmɜːr.dʒən.si ˈsɜːr.vɪ.sɪz/

(plural noun) hulpdiensten

Voorbeeld:

The emergency services arrived at the scene within minutes.
De hulpdiensten arriveerden binnen enkele minuten op de plek van het incident.

lifeguard

/ˈlaɪf.ɡɑːrd/

(noun) badmeester, redder

Voorbeeld:

The lifeguard blew his whistle to warn the swimmers.
De badmeester blies op zijn fluitje om de zwemmers te waarschuwen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland