Avatar of Vocabulary Set Waarde

Vocabulaireverzameling Waarde in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Waarde' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

precious

/ˈpreʃ.əs/

(adjective) kostbaar, waardevol, dierbaar

Voorbeeld:

Water is a precious resource in the desert.
Water is een kostbare hulpbron in de woestijn.

costly

/ˈkɑːst.li/

(adjective) duur, kostbaar, nadelig

Voorbeeld:

The new car was very costly.
De nieuwe auto was erg duur.

luxurious

/lʌɡˈʒʊr.i.əs/

(adjective) luxueus, weelderig

Voorbeeld:

They stayed in a luxurious hotel suite.
Ze verbleven in een luxueuze hotelsuite.

extravagant

/ɪkˈstræv.ə.ɡənt/

(adjective) extravagant, verkwistend, uitbundig

Voorbeeld:

The couple lived an extravagant lifestyle, spending lavishly on luxury goods.
Het stel leidde een extravagante levensstijl en gaf rijkelijk uit aan luxegoederen.

overpriced

/ˌoʊ.vɚˈpraɪst/

(adjective) te duur, overprijsd

Voorbeeld:

The restaurant serves overpriced food.
Het restaurant serveert te duur eten.

high-class

/haɪ klæs/

(adjective) hoogstaand, van stand, deftig

Voorbeeld:

They stayed at a high-class hotel in the center of Paris.
Ze verbleven in een hoogstaand hotel in het centrum van Parijs.

lavish

/ˈlæv.ɪʃ/

(adjective) uitbundig, weelderig, luxueus;

(verb) overladen, verkwisten, verspillen

Voorbeeld:

They lived a lavish lifestyle with multiple homes and expensive cars.
Ze leefden een uitbundige levensstijl met meerdere huizen en dure auto's.

affordable

/əˈfɔːr.də.bəl/

(adjective) betaalbaar, voordelig

Voorbeeld:

The store offers a wide range of affordable clothing.
De winkel biedt een breed scala aan betaalbare kleding.

economy

/iˈkɑː.nə.mi/

(noun) economie, zuinigheid, besparing

Voorbeeld:

The country's economy is growing rapidly.
De economie van het land groeit snel.

economic

/ˌiː.kəˈnɑː.mɪk/

(adjective) economisch, zuinig, voordelig

Voorbeeld:

The country is facing a severe economic crisis.
Het land staat voor een ernstige economische crisis.

undervalued

/ˌʌn.dərˈvæl.juːd/

(adjective) ondergewaardeerd, onderbetaald

Voorbeeld:

The company's stock is currently undervalued in the market.
Het aandeel van het bedrijf is momenteel ondergewaardeerd op de markt.

economical

/ˌiː.kəˈnɑː.mɪ.kəl/

(adjective) economisch, zuinig

Voorbeeld:

Buying in bulk is more economical.
Groot inkopen is economischer.

cost-effective

/ˌkɔst ɪˈfɛktɪv/

(adjective) kosteneffectief, rendabel

Voorbeeld:

Investing in energy-efficient appliances is a cost-effective way to save money.
Investeren in energiezuinige apparaten is een kosteneffectieve manier om geld te besparen.

low-budget

/loʊ ˈbʌdʒ.ɪt/

(adjective) low-budget, goedkoop

Voorbeeld:

They produced a low-budget horror movie that became a cult classic.
Ze produceerden een low-budget horrorfilm die een cultklassieker werd.

underpriced

/ˌʌn.dɚˈpraɪst/

(adjective) ondergeprijsd, te goedkoop;

(verb) te laag prijzen

Voorbeeld:

The analyst believes the company's stock is currently underpriced.
De analist is van mening dat het aandeel van het bedrijf momenteel ondergeprijsd is.

devalue

/ˌdiːˈvæl.juː/

(verb) devalueren, onderschatten, afwaarderen

Voorbeeld:

Some people tend to devalue the importance of art in education.
Sommige mensen hebben de neiging om het belang van kunst in het onderwijs te devalueren.

undervalue

/ˌʌn.dɚˈvæl.juː/

(verb) onderschatten, onderwaarderen

Voorbeeld:

Many companies undervalue their employees' contributions.
Veel bedrijven onderschatten de bijdragen van hun werknemers.

depreciate

/dɪˈpriː.ʃi.eɪt/

(verb) in waarde dalen, afschrijven, kleineren

Voorbeeld:

New cars depreciate rapidly as soon as they are driven off the lot.
Nieuwe auto's worden minder waard zodra ze de showroom verlaten.

cost-saving

/ˈkɑːstˌseɪ.vɪŋ/

(adjective) kostenbesparend;

(noun) kostenbesparing

Voorbeeld:

The company implemented several cost-saving measures this year.
Het bedrijf heeft dit jaar verschillende kostenbesparende maatregelen ingevoerd.

prized

/praɪzd/

(adjective) gekoesterd, waardevol;

(past tense) waardeerde, koesterde

Voorbeeld:

The antique watch was his most prized possession.
Het antieke horloge was zijn meest gekoesterde bezit.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland