Avatar of Vocabulary Set Immaterialiteit

Vocabulaireverzameling Immaterialiteit in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Immaterialiteit' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

irrelevant

/ɪˈrel.ə.vənt/

(adjective) irrelevant, onbelangrijk

Voorbeeld:

That point is completely irrelevant to the discussion.
Dat punt is volkomen irrelevant voor de discussie.

negligible

/ˈneɡ.lə.dʒə.bəl/

(adjective) verwaarloosbaar, onbeduidend

Voorbeeld:

The difference in cost was negligible.
Het verschil in kosten was verwaarloosbaar.

trifling

/ˈtraɪ.flɪŋ/

(adjective) onbeduidend, gering;

(verb) spelen, spotten

Voorbeeld:

It was a trifling sum of money, but it was the principle that mattered.
Het was een onbeduidend geldbedrag, maar het ging om het principe.

superficial

/ˌsuː.pɚˈfɪʃ.əl/

(adjective) oppervlakkig, vluchtig, frivool

Voorbeeld:

The damage to the car was only superficial.
De schade aan de auto was slechts oppervlakkig.

noncritical

/nɑːnˈkrɪt̬.ɪ.kəl/

(adjective) niet-kritiek, niet essentieel, stabiel

Voorbeeld:

The technician focused on the main engine and ignored the noncritical components.
De technicus concentreerde zich op de hoofdmotor en negeerde de niet-kritieke componenten.

unnoticeable

/ˌʌnˈnoʊ.t̬ɪ.sə.bəl/

(adjective) onopvallend, onmerkbaar

Voorbeeld:

The small scratch on the car was almost unnoticeable.
De kleine kras op de auto was bijna onopvallend.

marginal

/ˈmɑːr.dʒɪ.nəl/

(adjective) marginaal, rand-, bijkomstig

Voorbeeld:

There was a marginal note in the book.
Er stond een marginale opmerking in het boek.

inconsiderable

/ˌɪn.kənˈsɪd.ər.ə.bəl/

(adjective) onbeduidend, verwaarloosbaar, gering

Voorbeeld:

The difference in price was inconsiderable, so I bought the more expensive one.
Het prijsverschil was verwaarloosbaar, dus kocht ik de duurdere.

pointless

/ˈpɔɪnt.ləs/

(adjective) zinloos, nutteloos, doelloos

Voorbeeld:

It's pointless to argue with him; he never changes his mind.
Het is zinloos om met hem te discussiëren; hij verandert nooit van gedachten.

inconsequential

/ɪnˌkɑːn.sɪˈkwen.ʃəl/

(adjective) onbeduidend, onbelangrijk

Voorbeeld:

The difference between the two options is inconsequential.
Het verschil tussen de twee opties is onbeduidend.

paltry

/ˈpɑːl.tri/

(adjective) schamel, futiel, onbeduidend

Voorbeeld:

He received a paltry sum for his hard work.
Hij ontving een schamele som voor zijn harde werk.

incidental

/ˌɪn.sɪˈden.t̬əl/

(adjective) incidenteel, bijkomstig, toevallig

Voorbeeld:

The discovery was incidental to their main research.
De ontdekking was incidenteel aan hun hoofdonderzoek.

inappreciable

/ˌɪn.əˈpriː.ʃə.bəl/

(adjective) onmerkbaar, verwaarloosbaar

Voorbeeld:

The difference in weight between the two samples was inappreciable.
Het verschil in gewicht tussen de twee monsters was onmerkbaar.

cheapen

/ˈtʃiː.pən/

(verb) verlagen, goedkoop maken, goedkoper maken

Voorbeeld:

The constant scandals only serve to cheapen the office of the presidency.
De voortdurende schandalen dienen alleen maar om het ambt van de president te verlagen.

underrate

/ˌʌn.dɚˈreɪt/

(verb) onderschatten, te laag aanslaan

Voorbeeld:

Many people underrate the importance of a good night's sleep.
Veel mensen onderschatten het belang van een goede nachtrust.

degrade

/dɪˈɡreɪd/

(verb) degraderen, vernederen, afbreken

Voorbeeld:

It's wrong to degrade people based on their appearance.
Het is verkeerd om mensen te degraderen op basis van hun uiterlijk.

downgrade

/ˌdaʊnˈɡreɪd/

(verb) verlagen, degraderen, downgraden;

(noun) verlaging, degradatie, downgrade

Voorbeeld:

The credit agency decided to downgrade the country's economic outlook.
Het kredietbeoordelingsbureau besloot de economische vooruitzichten van het land te verlagen.

undermine

/ˌʌn.dɚˈmaɪn/

(verb) ondermijnen, verzwakken, ondergraven

Voorbeeld:

The constant criticism began to undermine her confidence.
De constante kritiek begon haar zelfvertrouwen te ondermijnen.

trivialize

/ˈtrɪv.i.ə.laɪz/

(verb) trivialiseren, veronachtzamen

Voorbeeld:

I don't want to trivialize your problems, but I think you're overreacting.
Ik wil je problemen niet trivialiseren, maar ik denk dat je overdreven reageert.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland