Avatar of Vocabulary Set Eenheid 12: Mijn Toekomstige Carrière

Vocabulaireverzameling Eenheid 12: Mijn Toekomstige Carrière in Graad 9: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 12: Mijn Toekomstige Carrière' in 'Graad 9' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

academic

/ˌæk.əˈdem.ɪk/

(adjective) academisch, onderwijskundig, theoretisch;

(noun) academicus, wetenschapper

Voorbeeld:

She has a strong academic background.
Ze heeft een sterke academische achtergrond.

approach

/əˈproʊtʃ/

(verb) naderen, aankomen, benaderen;

(noun) aanpak, benadering, nadering

Voorbeeld:

As we approach the city, the traffic gets heavier.
Naarmate we de stad naderen, wordt het verkeer drukker.

biologist

/baɪˈɑː.lə.dʒɪst/

(noun) bioloog

Voorbeeld:

She decided to become a biologist after studying marine life.
Ze besloot bioloog te worden na het bestuderen van het zeeleven.

chef

/ʃef/

(noun) chef-kok, kok

Voorbeeld:

The chef prepared a delicious meal for us.
De chef-kok bereidde een heerlijke maaltijd voor ons.

customer service

/ˈkʌs.tə.mər ˌsɜːr.vɪs/

(noun) klantenservice, klantenondersteuning

Voorbeeld:

Good customer service is essential for retaining clients.
Goede klantenservice is essentieel voor het behouden van klanten.

event planner

/ɪˈvent ˌplæn.ər/

(noun) evenementenplanner, evenementencoördinator

Voorbeeld:

We hired an event planner to coordinate our wedding.
We hebben een evenementenplanner ingehuurd om onze bruiloft te coördineren.

flextime

/ˈfleks.taɪm/

(noun) flexibele werktijden, glijtijd

Voorbeeld:

Many companies are now offering flextime to improve work-life balance.
Veel bedrijven bieden nu flexibele werktijden aan om de balans tussen werk en privé te verbeteren.

housekeeper

/ˈhaʊsˌkiː.pɚ/

(noun) huishoudster, huisvrouw

Voorbeeld:

The hotel employs several housekeepers to maintain cleanliness.
Het hotel heeft verschillende huishoudsters in dienst om de netheid te handhaven.

leisure

/ˈliː.ʒɚ/

(noun) vrije tijd, ontspanning

Voorbeeld:

He spends his leisure time reading books.
Hij besteedt zijn vrije tijd aan het lezen van boeken.

nine to five

/ˌnaɪn tə ˈfaɪv/

(noun) negen-tot-vijf baan, kantoorbaan;

(adjective) negen-tot-vijf, standaard werktijden

Voorbeeld:

After years of freelancing, she decided she wanted a stable nine to five job.
Na jarenlang freelancen besloot ze dat ze een stabiele negen-tot-vijf baan wilde.

on-the-job

/ˌɑn ðə ˈdʒɑb/

(adjective) on-the-job, tijdens het werk

Voorbeeld:

He received on-the-job training for the new software.
Hij kreeg on-the-job training voor de nieuwe software.

opportunity

/ˌɑː.pɚˈtuː.nə.t̬i/

(noun) kans, gelegenheid

Voorbeeld:

This is a great opportunity to learn new skills.
Dit is een geweldige kans om nieuwe vaardigheden te leren.

overtime

/ˈoʊ.vɚ.taɪm/

(noun) overwerk, overtijd, verlenging;

(adverb) over, overtijd

Voorbeeld:

He worked ten hours of overtime last week.
Hij werkte vorige week tien uur overwerk.

prestigious

/presˈtɪdʒ.əs/

(adjective) prestigieus, gerenommeerd, aanzienlijk

Voorbeeld:

She received a scholarship to a prestigious university.
Ze ontving een beurs voor een prestigieuze universiteit.

promotion

/prəˈmoʊ.ʃən/

(noun) promotie, reclame, bevordering

Voorbeeld:

The company launched a new promotion for their latest smartphone.
Het bedrijf lanceerde een nieuwe promotie voor hun nieuwste smartphone.

receptionist

/rɪˈsep.ʃən.ɪst/

(noun) receptionist, receptioniste

Voorbeeld:

The receptionist greeted me with a warm smile.
De receptioniste begroette me met een warme glimlach.

secondary

/ˈsek.ən.der.i/

(adjective) secundair, ondergeschikt, middelbaar

Voorbeeld:

The primary goal is to finish the project; everything else is secondary.
Het primaire doel is het project af te maken; al het andere is secundair.

sector

/ˈsek.tɚ/

(noun) sector, gebied, cirkelsector

Voorbeeld:

The technology sector has seen rapid growth.
De technologiesector heeft een snelle groei doorgemaakt.

soft skills

/ˌsɑft ˈskɪlz/

(plural noun) soft skills, sociale vaardigheden

Voorbeeld:

Employers are increasingly looking for candidates with strong soft skills like communication and teamwork.
Werkgevers zoeken steeds vaker naar kandidaten met sterke soft skills zoals communicatie en teamwork.

subject

/ˈsʌb.dʒekt/

(noun) onderwerp, thema, vak;

(verb) onderwerpen, blootstellen;

(adjective) onderhevig aan, afhankelijk van

Voorbeeld:

The main subject of the meeting was the new budget.
Het hoofdonderwerp van de vergadering was de nieuwe begroting.

supervisor

/ˈsuː.pɚ.vaɪ.zɚ/

(noun) supervisor, leidinggevende

Voorbeeld:

My supervisor approved my leave request.
Mijn supervisor heeft mijn verlofaanvraag goedgekeurd.

tour guide

/ˈtʊr ˌɡaɪd/

(noun) gids, reisleider

Voorbeeld:

Our tour guide led us through the ancient ruins.
Onze gids leidde ons door de oude ruïnes.

variety

/vəˈraɪ.ə.t̬i/

(noun) verscheidenheid, variatie, variëteit

Voorbeeld:

The store offers a wide variety of products.
De winkel biedt een grote verscheidenheid aan producten.

vocational

/voʊˈkeɪ.ʃən.əl/

(adjective) beroeps, vak-

Voorbeeld:

She decided to pursue vocational training after high school.
Ze besloot na de middelbare school een beroepsopleiding te volgen.

burn the midnight oil

/bɜːrn ðə ˈmɪd.naɪt ˌɔɪl/

(idiom) tot diep in de nacht doorwerken, de nacht doorhalen

Voorbeeld:

I had to burn the midnight oil to finish the report on time.
Ik moest tot diep in de nacht doorwerken om het rapport op tijd af te krijgen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland