Avatar of Vocabulary Set Eenheid 4: Wanneer is jouw verjaardag?

Vocabulaireverzameling Eenheid 4: Wanneer is jouw verjaardag? in Groep 4: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 4: Wanneer is jouw verjaardag?' in 'Groep 4' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

April

/ˈeɪ.prəl/

(noun) april

Voorbeeld:

Her birthday is in April.
Haar verjaardag is in april.

august

/ˈɑː.ɡəst/

(adjective) verheven, majestueus, eerbiedwaardig;

(noun) augustus

Voorbeeld:

The queen made an august appearance at the ceremony.
De koningin maakte een verheven verschijning op de ceremonie.

date

/deɪt/

(noun) datum, afspraakje, date;

(verb) dateren, daten, uitgaan met

Voorbeeld:

What's the date today?
Wat is de datum vandaag?

December

/dɪˈsem.bɚ/

(noun) december

Voorbeeld:

Christmas is celebrated in December.
Kerstmis wordt gevierd in december.

January

/ˈdʒæn.ju.er.i/

(noun) januari

Voorbeeld:

My birthday is in January.
Mijn verjaardag is in januari.

July

/dʒʊˈlaɪ/

(noun) juli

Voorbeeld:

My birthday is in July.
Mijn verjaardag is in juli.

June

/dʒuːn/

(noun) juni

Voorbeeld:

My birthday is in June.
Mijn verjaardag is in juni.

march

/mɑːrtʃ/

(verb) marcheren, lopen, gaan;

(noun) mars, optocht, maart

Voorbeeld:

The soldiers marched in perfect formation.
De soldaten marcheerden in perfecte formatie.

may

/meɪ/

(modal verb) kunnen, mogen, wens;

(noun) mei

Voorbeeld:

It may rain later.
Het kan later regenen.

November

/noʊˈvem.bɚ/

(noun) november

Voorbeeld:

My birthday is in November.
Mijn verjaardag is in november.

October

/ɑːkˈtoʊ.bɚ/

(noun) oktober

Voorbeeld:

My birthday is in October.
Mijn verjaardag is in oktober.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland