Vocabulaireverzameling Eenheid 4: Wanneer is jouw verjaardag? in Groep 4: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 4: Wanneer is jouw verjaardag?' in 'Groep 4' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈɑː.ɡəst/
(adjective) verheven, majestueus, eerbiedwaardig;
(noun) augustus
Voorbeeld:
The queen made an august appearance at the ceremony.
De koningin maakte een verheven verschijning op de ceremonie.
/deɪt/
(noun) datum, afspraakje, date;
(verb) dateren, daten, uitgaan met
Voorbeeld:
What's the date today?
Wat is de datum vandaag?
/dɪˈsem.bɚ/
(noun) december
Voorbeeld:
Christmas is celebrated in December.
Kerstmis wordt gevierd in december.
/ˈdʒæn.ju.er.i/
(noun) januari
Voorbeeld:
My birthday is in January.
Mijn verjaardag is in januari.
/mɑːrtʃ/
(verb) marcheren, lopen, gaan;
(noun) mars, optocht, maart
Voorbeeld:
The soldiers marched in perfect formation.
De soldaten marcheerden in perfecte formatie.
/meɪ/
(modal verb) kunnen, mogen, wens;
(noun) mei
Voorbeeld:
It may rain later.
Het kan later regenen.
/noʊˈvem.bɚ/
(noun) november
Voorbeeld:
My birthday is in November.
Mijn verjaardag is in november.
/ɑːkˈtoʊ.bɚ/
(noun) oktober
Voorbeeld:
My birthday is in October.
Mijn verjaardag is in oktober.