Avatar of Vocabulary Set Unit 10: Wat doe je in de pauze?

Vocabulaireverzameling Unit 10: Wat doe je in de pauze? in Groep 3: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Unit 10: Wat doe je in de pauze?' in 'Groep 3' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

badminton

/ˈbæd.mɪn.tən/

(noun) badminton

Voorbeeld:

We played a game of badminton in the park.
We speelden een potje badminton in het park.

basketball

/ˈbæs.kət.bɑːl/

(noun) basketbal

Voorbeeld:

My favorite sport to watch is basketball.
Mijn favoriete sport om naar te kijken is basketbal.

blind man’s buff

/ˌblaɪnd mænz ˈbʌf/

(noun) blindemannetje

Voorbeeld:

The children played blind man’s buff in the garden.
De kinderen speelden blindemannetje in de tuin.

football

/ˈfʊt.bɑːl/

(noun) voetbal, football, rugbybal

Voorbeeld:

He loves watching football on Sundays.
Hij kijkt graag naar voetbal op zondag.

chess

/tʃes/

(noun) schaken

Voorbeeld:

He loves to play chess in his free time.
Hij speelt graag schaken in zijn vrije tijd.

hide-and-seek

/ˌhaɪd.ənˈsiːk/

(noun) verstoppertje

Voorbeeld:

The children played a lively game of hide-and-seek in the park.
De kinderen speelden een levendig spelletje verstoppertje in het park.

play

/pleɪ/

(verb) spelen, uitvoeren, afspelen;

(noun) toneelstuk, spel, recreatie

Voorbeeld:

The children are playing in the park.
De kinderen zijn aan het spelen in het park.

skating

/ˈskeɪ.t̬ɪŋ/

(noun) schaatsen, skaten;

(verb) schaatsend, skatend

Voorbeeld:

She loves ice skating in the winter.
Ze houdt van ijsschaatsen in de winter.

table tennis

/ˈteɪ.bəl ˌten.ɪs/

(noun) tafeltennis, pingpong

Voorbeeld:

Do you want to play a game of table tennis?
Wil je een potje tafeltennis spelen?
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland