Vocabulaireverzameling Unit 8: In de Keuken in Groep 2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Unit 8: In de Keuken' in 'Groep 2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈvɪl.ɪdʒ/
(noun) dorp
Voorbeeld:
She grew up in a small, quiet village.
Ze groeide op in een klein, rustig dorp.
/væn/
(noun) bestelwagen, busje, voorhoede
Voorbeeld:
The delivery driver loaded the boxes into the van.
De bezorger laadde de dozen in de bestelwagen.
/ˈvɑː.li.bɑːl/
(noun) volleybal
Voorbeeld:
They played a game of volleyball on the beach.
Ze speelden een potje volleybal op het strand.
/ɑːks/
(noun) os
Voorbeeld:
The farmer used an ox to plow the field.
De boer gebruikte een os om het veld te ploegen.
/kaʊ/
(noun) koe;
(verb) intimideren, afschrikken
Voorbeeld:
The farmer milked the cow early in the morning.
De boer molk de koe vroeg in de ochtend.
/ˈtʃɪk.ɪn/
(noun) kip, lafaard, bangebroek;
(verb) terugtrekken, laf zijn;
(adjective) laf, bang
Voorbeeld:
She bought a whole chicken for dinner.
Ze kocht een hele kip voor het avondeten.
/roʊd/
(noun) weg, straat, koers
Voorbeeld:
The new road connects the two cities.
De nieuwe weg verbindt de twee steden.