Vocabulaireverzameling Eenheid 12: In het café in Groep 2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 12: In het café' in 'Groep 2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /keɪk/
(noun) cake, taart, koekje;
(verb) aankoeken, samenkoeken
Voorbeeld:
She baked a delicious chocolate cake for the party.
Ze bakte een heerlijke chocolade cake voor het feest.
/ˈteɪ.bəl/
(noun) tafel, tabel, overzicht;
(verb) uitstellen, opschorten
Voorbeeld:
We gathered around the kitchen table for dinner.
We verzamelden ons rond de keukentafel voor het avondeten.
/fruːt/
(noun) fruit, vrucht, resultaat;
(verb) vruchten dragen, fruit produceren
Voorbeeld:
Apples and oranges are common types of fruit.
Appels en sinaasappels zijn veelvoorkomende soorten fruit.
/ɡreɪp/
(noun) druif
Voorbeeld:
She enjoyed a bunch of fresh grapes as a snack.
Ze genoot van een tros verse druiven als tussendoortje.
/ɑːn ðə ˈteɪ.bəl/
(idiom) op tafel, in overweging, beschikbaar
Voorbeeld:
The proposal is now on the table for discussion.
Het voorstel ligt nu op tafel voor discussie.
/ˈwɑː.t̬ɚ/
(noun) water;
(verb) wateren, begieten
Voorbeeld:
Please give me a glass of water.
Geef me alsjeblieft een glas water.
/ˈjoʊ.ɡɚt/
(noun) yoghurt
Voorbeeld:
She eats yogurt with fruit for breakfast every day.
Ze eet elke dag yoghurt met fruit als ontbijt.
/ˈaɪs ˌkriːm/
(noun) ijs, roomijs
Voorbeeld:
I would like a scoop of vanilla ice cream.
Ik wil graag een bolletje vanille ijs.