Vocabulaireverzameling Eenheid 10: In de dierentuin in Groep 2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 10: In de dierentuin' in 'Groep 2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /zuː/
(noun) dierentuin, zoo
Voorbeeld:
We spent the whole day at the zoo, watching the lions and elephants.
We brachten de hele dag door in de dierentuin, kijkend naar de leeuwen en olifanten.
/ˈziː.brə/
(noun) zebra
Voorbeeld:
The zebra galloped across the savanna.
De zebra galoppeerde over de savanne.
/ˈmʌŋ.ki/
(noun) aap, ondeugd, kwajongen;
(verb) prutsen, rommelen
Voorbeeld:
The monkey swung from tree to tree.
De aap slingerde van boom naar boom.
/ˈel.ə.fənt/
(noun) olifant
Voorbeeld:
The elephant sprayed water over itself with its trunk.
De olifant sproeide water over zichzelf met zijn slurf.
/ˈtaɪ.ɡɚ/
(noun) tijger, felle persoon, formidabele persoon
Voorbeeld:
The tiger stalked its prey silently through the tall grass.
De tijger besloop zijn prooi geruisloos door het hoge gras.
/bɝːd/
(noun) vogel, meid, vrouw;
(verb) de middelvinger opsteken
Voorbeeld:
The little bird sang sweetly on the branch.
Het kleine vogeltje zong lieflijk op de tak.