Vocabulaireverzameling Menselijk lichaam in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Menselijk lichaam' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) trachea, luchtpijp
Voorbeeld:
(noun) strottenhoofd
Voorbeeld:
(noun) smaakpapil, smaakknop
Voorbeeld:
(noun) snijtand
Voorbeeld:
(noun) emaille, glazuur, tandglazuur;
(verb) emailleren, glazuren
Voorbeeld:
(noun) slijm, flegma, kalmte
Voorbeeld:
(noun) sinus, holte, sinuscurve
Voorbeeld:
(noun) kwab, oorlel
Voorbeeld:
(noun) hersenschors, cortex, schors
Voorbeeld:
(noun) iris, lis
Voorbeeld:
(noun) netvlies
Voorbeeld:
(noun) hoornvlies
Voorbeeld:
(noun) trommelvlies
Voorbeeld:
(noun) stam, slurf, koffer
Voorbeeld:
(noun) gal, woede
Voorbeeld:
(noun) alvleesklier
Voorbeeld:
(noun) milt, gal, wrok
Voorbeeld:
(noun) dubbelepunt, dikke darm, colon
Voorbeeld:
(noun) bekken
Voorbeeld:
(noun) baarmoederhals
Voorbeeld:
(noun) urinebuis, urethra
Voorbeeld:
(noun) beenmerg
Voorbeeld:
(noun) slokdarm
Voorbeeld:
(noun) opperhuid
Voorbeeld:
(noun) achillespees
Voorbeeld:
(noun) dijbeen
Voorbeeld:
(noun) schouderblad
Voorbeeld:
(adjective) nier-, renaal
Voorbeeld:
(adjective) intestinaal, darm-
Voorbeeld:
(adjective) honden-, canine;
(noun) hondachtige, hond, hoektand
Voorbeeld: