Avatar of Vocabulary Set C1 - Slechts één aarde

Vocabulaireverzameling C1 - Slechts één aarde in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'C1 - Slechts één aarde' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

biodegradable

/ˌbaɪ.oʊ.dɪˈɡreɪ.də.bəl/

(adjective) biologisch afbreekbaar

Voorbeeld:

Many plastics are not biodegradable.
Veel plastics zijn niet biologisch afbreekbaar.

carbon-neutral

/ˌkɑːr.bənˈnuː.trəl/

(adjective) koolstofneutraal

Voorbeeld:

The company aims to be carbon-neutral by 2030.
Het bedrijf streeft ernaar koolstofneutraal te zijn tegen 2030.

zero-emission

/ˌzɪroʊ ɪˈmɪʃən/

(adjective) emissievrij, nul-emissie

Voorbeeld:

The city aims to have a fleet of zero-emission buses by 2030.
De stad streeft ernaar om tegen 2030 een vloot van emissievrije bussen te hebben.

crude

/kruːd/

(adjective) ruw, onbewerkt, grof

Voorbeeld:

Crude oil is transported by pipelines.
Ruwe olie wordt via pijpleidingen vervoerd.

ecological

/ˌiː.kəˈlɑː.dʒɪ.kəl/

(adjective) ecologisch, milieuvriendelijk, duurzaam

Voorbeeld:

The study focused on the ecological impact of deforestation.
De studie richtte zich op de ecologische impact van ontbossing.

radioactive

/ˌreɪ.di.oʊˈæk.tɪv/

(adjective) radioactief

Voorbeeld:

The waste material is highly radioactive and must be handled with extreme care.
Het afvalmateriaal is zeer radioactief en moet met uiterste voorzichtigheid worden behandeld.

free-range

/ˈfriː.reɪndʒ/

(adjective) scharrel, vrije uitloop

Voorbeeld:

We only buy free-range eggs from local farms.
Wij kopen alleen scharreleieren van lokale boerderijen.

contaminate

/kənˈtæm.ə.neɪt/

(verb) verontreinigen, besmetten

Voorbeeld:

The spill could contaminate the entire water supply.
De lekkage kan de hele watervoorziening verontreinigen.

compost

/ˈkɑːm.poʊst/

(noun) compost;

(verb) composteren

Voorbeeld:

She added a layer of compost to her vegetable garden.
Ze voegde een laag compost toe aan haar moestuin.

dump

/dʌmp/

(noun) stortplaats, vuilnisbelt, krot;

(verb) dumpen, storten, verlaten

Voorbeeld:

The city's landfill is a huge garbage dump.
De stortplaats van de stad is een enorme vuilnisbelt.

refine

/rɪˈfaɪn/

(verb) raffineren, zuiveren, verfijnen

Voorbeeld:

The company uses advanced techniques to refine crude oil.
Het bedrijf gebruikt geavanceerde technieken om ruwe olie te raffineren.

reuse

/ˌriːˈjuːz/

(verb) hergebruiken, opnieuw gebruiken;

(noun) hergebruik, opnieuw gebruik

Voorbeeld:

We should reuse plastic bags to protect the environment.
We moeten plastic zakken hergebruiken om het milieu te beschermen.

conservationist

/ˌkɑːn.sɚˈveɪ.ʃən.ɪst/

(noun) natuurbeschermer, milieubeschermer

Voorbeeld:

The renowned conservationist spoke about the importance of protecting endangered species.
De gerenommeerde natuurbeschermer sprak over het belang van het beschermen van bedreigde diersoorten.

eco-anxiety

/ˌiː.koʊˈæŋ.zaɪ.ə.t̬i/

(noun) eco-angst, klimaatangst

Voorbeeld:

Many young people are experiencing eco-anxiety due to climate change.
Veel jongeren ervaren eco-angst door klimaatverandering.

disposal

/dɪˈspoʊ.zəl/

(noun) verwijdering, afvoer, beschikking

Voorbeeld:

The proper disposal of hazardous waste is crucial.
De juiste verwijdering van gevaarlijk afval is cruciaal.

dumper

/ˈdʌm.pɚ/

(noun) storter, dumpert, dumper

Voorbeeld:

The company was fined for being an illegal waste dumper.
Het bedrijf kreeg een boete omdat het een illegale afvalstorter was.

tanker

/ˈtæŋ.kɚ/

(noun) tanker, tankwagen

Voorbeeld:

The oil tanker arrived at the port.
De olietanker arriveerde in de haven.

logging

/ˈlɑː.ɡɪŋ/

(noun) houtkap, bosbouw, registratie

Voorbeeld:

Illegal logging is a major problem in the Amazon rainforest.
Illegale houtkap is een groot probleem in het Amazoneregenwoud.

carbon monoxide

/ˌkɑːr.bən məˈnɑːk.saɪd/

(noun) koolmonoxide

Voorbeeld:

Exposure to carbon monoxide can be fatal.
Blootstelling aan koolmonoxide kan dodelijk zijn.

microplastic

/ˈmaɪ.kroʊˌplæs.tɪk/

(noun) microplastic, microplastics

Voorbeeld:

Scientists are concerned about the widespread presence of microplastics in the ocean.
Wetenschappers maken zich zorgen over de wijdverspreide aanwezigheid van microplastics in de oceaan.

pylon

/ˈpaɪ.lɑːn/

(noun) hoogspanningsmast, elektriciteitsmast, pylon

Voorbeeld:

High-voltage power lines are suspended from massive pylons.
Hoogspanningslijnen hangen aan enorme hoogspanningsmasten.

reactor

/riˈæk.tɚ/

(noun) reactor, reageerder, kernreactor

Voorbeeld:

The chemical reactor was designed to handle extreme temperatures.
De chemische reactor was ontworpen om extreme temperaturen te weerstaan.

hydroelectricity

/ˌhaɪ.droʊ.ɪ.lekˈtrɪs.ə.t̬i/

(noun) hydro-elektriciteit, waterkracht

Voorbeeld:

The dam generates a significant amount of hydroelectricity.
De dam genereert een aanzienlijke hoeveelheid hydro-elektriciteit.

ozone layer

/ˈoʊ.zoʊn ˌleɪ.ər/

(noun) ozonlaag

Voorbeeld:

The depletion of the ozone layer is a major environmental concern.
De aantasting van de ozonlaag is een grote milieuprobleem.

solar cell

/ˈsoʊ.lər sel/

(noun) zonnecel, fotovoltaïsche cel

Voorbeeld:

The calculator is powered by a small solar cell.
De rekenmachine wordt aangedreven door een kleine zonnecel.

sanctuary

/ˈsæŋk.tʃu.er.i/

(noun) toevluchtsoord, schuilplaats, heiligdom

Voorbeeld:

The old church became a sanctuary for the homeless.
De oude kerk werd een toevluchtsoord voor daklozen.

toll

/toʊl/

(noun) tol, gevolg, schade;

(verb) luiden, slaan

Voorbeeld:

The new bridge has a high toll.
De nieuwe brug heeft een hoge tol.

wildfire

/ˈwaɪld.faɪr/

(noun) bosbrand, heidebrand, lopend vuurtje

Voorbeeld:

The dry conditions led to a massive wildfire.
De droge omstandigheden leidden tot een enorme bosbrand.

tidal wave

/ˈtaɪ.dəl ˌweɪv/

(noun) vloedgolf, tsunami, golf

Voorbeeld:

The coastal town was devastated by a massive tidal wave.
De kustplaats werd verwoest door een enorme vloedgolf.

herbicide

/ˈhɝː.bɪ.saɪd/

(noun) herbicide, onkruidverdelger

Voorbeeld:

Farmers often use herbicides to control weeds in their fields.
Boeren gebruiken vaak herbiciden om onkruid op hun velden te bestrijden.

pollutant

/pəˈluː.t̬ənt/

(noun) vervuilende stof, verontreinigende stof

Voorbeeld:

Carbon monoxide is a dangerous pollutant.
Koolmonoxide is een gevaarlijke vervuilende stof.

die out

/daɪ aʊt/

(phrasal verb) uitsterven, verdwijnen

Voorbeeld:

Many species of animals are dying out due to habitat loss.
Veel diersoorten sterven uit door verlies van leefgebied.

rot

/rɑːt/

(verb) rotten, vergaan, vervallen;

(noun) rot, verrotting, onzin

Voorbeeld:

The apples were left to rot on the ground.
De appels werden op de grond achtergelaten om te rotten.

oil rig

/ˈɔɪl rɪɡ/

(noun) olieplatform, boorplatform

Voorbeeld:

The company is planning to build a new oil rig in the North Sea.
Het bedrijf is van plan een nieuw olieplatform te bouwen in de Noordzee.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland