Vocabulaireverzameling A1 - Meubels en Huishoudelijke Apparaten in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Meubels en Huishoudelijke Apparaten' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) meubels, meubilair
Voorbeeld:
(noun) bureau, schrijftafel, balie
Voorbeeld:
(noun) stoel, voorzitter, leider;
(verb) voorzitten, leiden
Voorbeeld:
(noun) tafel, tabel, overzicht;
(verb) uitstellen, opschorten
Voorbeeld:
(noun) fauteuil, leunstoel;
(adjective) fauteuil-, theoretisch
Voorbeeld:
(noun) commode, ladekast, kleder
Voorbeeld:
(noun) bank, sofa
Voorbeeld:
(noun) bed, bedding, bodem;
(verb) naar bed brengen, te slapen leggen, planten
Voorbeeld:
(noun) boekenkast
Voorbeeld:
(noun) kleed, vloerkleed
Voorbeeld:
(noun) tapijt, vloerbedekking;
(verb) bekleden met tapijt, tapijten
Voorbeeld:
(noun) lamp;
(verb) slaan, rammen
Voorbeeld:
(noun) kast, kabinet
Voorbeeld:
(noun) apparaat, toestel
Voorbeeld:
(noun) broodrooster
Voorbeeld:
(noun) koelkast, ijskast
Voorbeeld:
(noun) magnetron, microgolfoven, microgolf;
(verb) opwarmen in de magnetron, bereiden in de magnetron
Voorbeeld:
(noun) fornuis, kachel
Voorbeeld:
(noun) televisie, tv, televisietoestel
Voorbeeld: