Vocabulaireverzameling Dokters in Gezondheidswetenschappen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Dokters' in 'Gezondheidswetenschappen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈæn.ə.lɪst/
(noun) analist
Voorbeeld:
The financial analyst predicted a market downturn.
De financiële analist voorspelde een marktdaling.
/ˌdaɪ.əˈtɪʃ.ən/
(noun) diëtist, voedingsdeskundige
Voorbeeld:
The dietician recommended a balanced meal plan for the patient.
De diëtist adviseerde een uitgebalanceerd maaltijdplan voor de patiënt.
/ˈfæm.əl.i ˌdɑːk.tər/
(noun) huisarts, gezinsarts
Voorbeeld:
Our family doctor advised us to get vaccinated.
Onze huisarts adviseerde ons om ons te laten vaccineren.
/ˌdʒen.ər.əl prækˈtɪʃ.ən.ər/
(noun) huisarts, algemeen arts
Voorbeeld:
I need to make an appointment with my general practitioner for a check-up.
Ik moet een afspraak maken met mijn huisarts voor een controle.
/ˈɪn.tɝː.nɪst/
(noun) internist
Voorbeeld:
My general practitioner referred me to an internist for further evaluation.
Mijn huisarts verwees me door naar een internist voor verdere evaluatie.
/ˈmed.ɪ.kəl ɪɡˈzæm.ɪ.nər/
(noun) gerechtelijk arts, lijkschouwer
Voorbeeld:
The medical examiner determined the cause of death was blunt force trauma.
De gerechtelijk arts stelde vast dat de doodsoorzaak stomp trauma was.
/ˈnʊr.oʊˌsɝː.dʒən/
(noun) neurochirurg
Voorbeeld:
The complex brain surgery was performed by a highly skilled neurosurgeon.
De complexe hersenoperatie werd uitgevoerd door een zeer bekwame neurochirurg.
/ˈɔːrəl ˈsɜːrdʒən/
(noun) kaakchirurg
Voorbeeld:
The oral surgeon extracted my wisdom teeth.
De kaakchirurg trok mijn verstandskiezen.
/prækˈtɪʃ.ən.ɚ/
(noun) beoefenaar, praktizijn
Voorbeeld:
She is a highly respected medical practitioner.
Zij is een zeer gerespecteerd medisch beoefenaar.
/kwæk/
(noun) kwak, kwakzalver, charlatan;
(verb) kwaken, kwakzalven, bedriegen;
(adjective) kwakzalverachtig, frauduleus
Voorbeeld:
The duck let out a loud quack as it waddled by.
De eend liet een luide kwak horen terwijl hij waggelde.
/ˈsɝː.dʒən/
(noun) chirurg
Voorbeeld:
The surgeon performed a complex operation.
De chirurg voerde een complexe operatie uit.