Avatar of Vocabulary Set Banen in de bouwsector

Vocabulaireverzameling Banen in de bouwsector in Bouwindustrie: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Banen in de bouwsector' in 'Bouwindustrie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

carpenter

/ˈkɑːr.pɪn.t̬ɚ/

(noun) timmerman, schrijnwerker

Voorbeeld:

The carpenter built a beautiful wooden table.
De timmerman bouwde een prachtige houten tafel.

contractor

/ˈkɑːn.træk.tɚ/

(noun) aannemer, contractant

Voorbeeld:

We hired a contractor to renovate our kitchen.
We hebben een aannemer ingehuurd om onze keuken te renoveren.

electrical engineer

/ɪˈlɛktrɪkəl ˌɛndʒɪˈnɪr/

(noun) elektrotechnisch ingenieur

Voorbeeld:

My brother is an electrical engineer and works on power grids.
Mijn broer is een elektrotechnisch ingenieur en werkt aan elektriciteitsnetten.

mason

/ˈmeɪ.sən/

(noun) metselaar, steenhouwer, Vrijmetselaar

Voorbeeld:

The skilled mason carefully laid each brick.
De bekwame metselaar legde elke baksteen zorgvuldig.

bricklayer

/ˈbrɪkˌleɪ.ɚ/

(noun) metselaar

Voorbeeld:

The bricklayer carefully laid each brick in place.
De metselaar legde elke baksteen zorgvuldig op zijn plaats.

mate

/meɪt/

(noun) maat, vriend, partner;

(verb) paren, dekken

Voorbeeld:

He's my best mate from school.
Hij is mijn beste maat van school.

mechanical engineer

/məˌkæn.ɪ.kəl ˌen.dʒɪˈnɪr/

(noun) werktuigbouwkundige

Voorbeeld:

My brother is a mechanical engineer and works on car engines.
Mijn broer is een werktuigbouwkundige en werkt aan automotoren.

owner

/ˈoʊ.nɚ/

(noun) eigenaar, bezitter

Voorbeeld:

The owner of the house lives next door.
De eigenaar van het huis woont naast de deur.

plasterer

/ˈplæs.tɚ.ɚ/

(noun) stukadoor

Voorbeeld:

The plasterer smoothed the wall perfectly.
De stukadoor maakte de muur perfect glad.

plumber

/ˈplʌm.ɚ/

(noun) loodgieter

Voorbeeld:

We called a plumber to fix the leaky faucet.
We belden een loodgieter om de lekkende kraan te repareren.

structural engineer

/ˈstrʌk.tʃər.əl ˌen.dʒɪˈnɪr/

(noun) bouwkundig ingenieur, constructeur

Voorbeeld:

The structural engineer approved the building's design.
De bouwkundig ingenieur keurde het ontwerp van het gebouw goed.

supervisor

/ˈsuː.pɚ.vaɪ.zɚ/

(noun) supervisor, leidinggevende

Voorbeeld:

My supervisor approved my leave request.
Mijn supervisor heeft mijn verlofaanvraag goedgekeurd.

welder

/ˈwel.dɚ/

(noun) lasser

Voorbeeld:

The welder carefully joined the two steel beams.
De lasser verbond de twee stalen balken zorgvuldig.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland