Avatar of Vocabulary Set Thuis

Vocabulaireverzameling Thuis in Algemene IELTS-woordenschat (band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Thuis' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

bungalow

/ˈbʌŋ.ɡəl.oʊ/

(noun) bungalow

Voorbeeld:

They decided to buy a charming bungalow by the sea.
Ze besloten een charmante bungalow aan zee te kopen.

chalet

/ˈʃæl.eɪ/

(noun) chalet

Voorbeeld:

They rented a cozy chalet for their ski vacation in the Alps.
Ze huurden een gezellig chalet voor hun skivakantie in de Alpen.

parlour

/ˈpɑːr.lɚ/

(noun) zitkamer, salon, zaak

Voorbeeld:

We gathered in the parlour for tea.
We verzamelden ons in de zitkamer voor thee.

sublease

/ˈsʌb.liːs/

(verb) onderverhuren;

(noun) onderhuur, onderhuurovereenkomst

Voorbeeld:

The tenant decided to sublease the apartment to a friend for six months.
De huurder besloot het appartement voor zes maanden aan een vriend te onderverhuren.

abode

/əˈboʊd/

(noun) verblijf, woning, huis

Voorbeeld:

Welcome to my humble abode.
Welkom in mijn nederige verblijf.

conservatory

/kənˈsɝː.və.tɔːr.i/

(noun) serre, wintertuin, conservatorium

Voorbeeld:

They added a beautiful conservatory to their home, perfect for enjoying the garden year-round.
Ze voegden een prachtige serre toe aan hun huis, perfect om het hele jaar door van de tuin te genieten.

freehold

/ˈfriː.hoʊld/

(noun) vrij eigendom, eigendom;

(adjective) vrij eigendom

Voorbeeld:

They bought the freehold of the house last year.
Ze hebben vorig jaar het vrije eigendom van het huis gekocht.

condominium

/ˌkɑːn.dəˈmɪn.i.əm/

(noun) appartementencomplex, condominium

Voorbeeld:

They bought a new condominium overlooking the ocean.
Ze kochten een nieuw appartementencomplex met uitzicht op de oceaan.

tenement

/ˈten.ə.mənt/

(noun) huurkazerne, flatgebouw

Voorbeeld:

Many families lived in crowded tenements during the industrial revolution.
Veel gezinnen woonden in overvolle huurkazernes tijdens de industriële revolutie.

deed

/diːd/

(noun) daad, handeling, akte

Voorbeeld:

A good deed is never forgotten.
Een goede daad wordt nooit vergeten.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland