Avatar of Vocabulary Set internet

Vocabulaireverzameling internet in IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'internet' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

application programming interface

/ˌæplɪˈkeɪʃən ˈproʊɡræmɪŋ ˈɪntərfeɪs/

(noun) Application Programming Interface, API

Voorbeeld:

Developers use an Application Programming Interface to integrate different software systems.
Ontwikkelaars gebruiken een Application Programming Interface om verschillende softwaresystemen te integreren.

IP address

/ˌaɪˈpiː ˈædres/

(noun) IP-adres

Voorbeeld:

Every device connected to the internet has an IP address.
Elk apparaat dat met internet is verbonden, heeft een IP-adres.

URL

/ˌjuː.ɑːrˈel/

(noun) URL, webadres

Voorbeeld:

Please provide the full URL of the website.
Gelieve de volledige URL van de website op te geven.

http

/ˌeɪtʃ.tiː.tiːˈpiː/

(abbreviation) Hypertext Transfer Protocol

Voorbeeld:

Make sure the URL starts with http:// for a standard web page.
Zorg ervoor dat de URL begint met http:// voor een standaard webpagina.

bandwidth

/ˈbænd.wɪtθ/

(noun) bandbreedte, mentale capaciteit, tijd

Voorbeeld:

The internet connection has high bandwidth.
De internetverbinding heeft een hoge bandbreedte.

local area network

/ˌloʊ.kəl ˌer.iə ˈnet.wɜːrk/

(noun) lokaal netwerk, LAN

Voorbeeld:

The office uses a local area network to share files and printers.
Het kantoor gebruikt een lokaal netwerk om bestanden en printers te delen.

ping

/pɪŋ/

(noun) ping, kling, netwerksignaal;

(verb) pingen, klinken, controleren op aanwezigheid

Voorbeeld:

The microwave made a loud ping when the food was ready.
De magnetron maakte een luide ping toen het eten klaar was.

proxy server

/ˈprɑːk.si ˌsɝː.vɚ/

(noun) proxyserver

Voorbeeld:

The company uses a proxy server to filter web traffic and improve security.
Het bedrijf gebruikt een proxyserver om webverkeer te filteren en de beveiliging te verbeteren.

portal

/ˈpɔːr.t̬əl/

(noun) portaal, ingang, webportaal

Voorbeeld:

The ancient temple had a grand stone portal.
De oude tempel had een groot stenen portaal.

html

/ˌeɪtʃ.tiː.emˈel/

(abbreviation) HTML, HyperText Markup Language

Voorbeeld:

I'm learning to code in HTML to build websites.
Ik leer coderen in HTML om websites te bouwen.

host

/hoʊst/

(noun) gastheer, gastvrouw, menigte;

(verb) hosten, organiseren, onderbrengen

Voorbeeld:

Our host greeted us warmly at the door.
Onze gastheer begroette ons hartelijk bij de deur.

back end

/ˈbæk end/

(noun) back-end, achterkant, laatste deel

Voorbeeld:

Our developers are working on improving the back end of the website.
Onze ontwikkelaars werken aan het verbeteren van de back-end van de website.

front end

/ˈfrʌnt ˌend/

(noun) front-end, gebruikersinterface, voorkant;

(adjective) front-end, aanvankelijk

Voorbeeld:

The new website has a much improved front end.
De nieuwe website heeft een veel verbeterde front-end.

courseware

/ˈkɔːrs.wer/

(noun) cursussoftware, leermateriaal

Voorbeeld:

The university is developing new courseware for its online programs.
De universiteit ontwikkelt nieuwe cursussoftware voor haar online programma's.

cracker

/ˈkræk.ɚ/

(noun) cracker, zoutje, rotje

Voorbeeld:

She spread cheese on a cracker.
Ze smeerde kaas op een cracker.

Trojan horse

/ˌtroʊdʒən ˈhɔːrs/

(noun) Trojaans paard, Trojaans paard (malware)

Voorbeeld:

The new employee turned out to be a Trojan horse, leaking company secrets to competitors.
De nieuwe werknemer bleek een Trojaans paard te zijn, die bedrijfsgeheimen lekte aan concurrenten.

augmented reality

/ɔːɡˈmɛntɪd riˈælɪti/

(noun) augmented reality, verhoogde realiteit

Voorbeeld:

Many new mobile games are using augmented reality to enhance the user experience.
Veel nieuwe mobiele games gebruiken augmented reality om de gebruikerservaring te verbeteren.

cyberbullying

/ˈsaɪ.bərˌbʊl.i.ɪŋ/

(noun) cyberpesten, online pesten

Voorbeeld:

Schools are implementing programs to prevent cyberbullying among students.
Scholen implementeren programma's om cyberpesten onder studenten te voorkomen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland