Avatar of Vocabulary Set Eenheid 2: Wat is je naam?

Vocabulaireverzameling Eenheid 2: Wat is je naam? in Groep 3: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 2: Wat is je naam?' in 'Groep 3' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

are

/ɑːr/

(auxiliary verb) zijn

Voorbeeld:

You are very kind.
Jij bent erg aardig.

is

/ɪz/

(auxiliary verb) is

Voorbeeld:

He is a doctor.
Hij is een dokter.

my

/maɪ/

(determiner) mijn;

(exclamation) mijn hemel, jeetje

Voorbeeld:

This is my book.
Dit is mijn boek.

name

/neɪm/

(noun) naam, reputatie;

(verb) noemen, benoemen

Voorbeeld:

What is your name?
Wat is jouw naam?

what

/wɑːt/

(pronoun) wat, welke;

(determiner) wat, welke;

(adverb) wat;

(interjection) wat

Voorbeeld:

What is your name?
Wat is je naam?

you

/juː/

(pronoun) je, jij, u

Voorbeeld:

Can you help me with this?
Kun jij me hiermee helpen?

your

/jʊr/

(determiner) jouw, uw

Voorbeeld:

Is this your book?
Is dit jouw boek?
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland