Avatar of Vocabulary Set Eenheid 13: In de Wiskundeles

Vocabulaireverzameling Eenheid 13: In de Wiskundeles in Groep 2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 13: In de Wiskundeles' in 'Groep 2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

number

/ˈnʌm.bɚ/

(noun) getal, nummer, aantal;

(verb) bedragen, tellen, nummeren

Voorbeeld:

Write down your phone number.
Schrijf je telefoonnummer op.

maths

/mæθs/

(noun) wiskunde

Voorbeeld:

I have a maths exam tomorrow.
Ik heb morgen een wiskunde-examen.

ten

/ten/

(number) tien;

(noun) tiental, groep van tien

Voorbeeld:

She counted ten apples in the basket.
Ze telde tien appels in de mand.

eleven

/əˈlev.ən/

(number) elf

Voorbeeld:

There are eleven players on a soccer team.
Er zijn elf spelers in een voetbalteam.

twelve

/twelv/

(number) twaalf;

(noun) twaalf

Voorbeeld:

There are twelve months in a year.
Er zijn twaalf maanden in een jaar.

thirteen

/θɝːˈtiːn/

(number) dertien

Voorbeeld:

There are thirteen students in the class.
Er zijn dertien studenten in de klas.

fourteen

/ˌfɔːrˈtiːn/

(number) veertien

Voorbeeld:

There are fourteen days in two weeks.
Er zijn veertien dagen in twee weken.

fifteen

/ˌfɪfˈtiːn/

(number) vijftien;

(noun) vijftien, het getal 15

Voorbeeld:

There are fifteen students in the class.
Er zijn vijftien studenten in de klas.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland