Vocabulaireverzameling Unit 10: In de dierentuin in Groep 1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Unit 10: In de dierentuin' in 'Groep 1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈmæŋ.ɡoʊ/
(noun) mango
Voorbeeld:
She peeled the mango and sliced it for breakfast.
Ze schilde de mango en sneed hem voor het ontbijt.
/ˈmʌŋ.ki/
(noun) aap, ondeugd, kwajongen;
(verb) prutsen, rommelen
Voorbeeld:
The monkey swung from tree to tree.
De aap slingerde van boom naar boom.
/ˈmʌð.ɚ/
(noun) moeder, oorsprong, bron;
(verb) bemoeien, verzorgen
Voorbeeld:
My mother always supported my dreams.
Mijn moeder steunde altijd mijn dromen.
/maʊs/
(noun) muis;
(verb) muizen, met de muis bewegen
Voorbeeld:
A tiny mouse scurried across the floor.
Een kleine muis schoot over de vloer.
/zuː/
(noun) dierentuin, zoo
Voorbeeld:
We spent the whole day at the zoo, watching the lions and elephants.
We brachten de hele dag door in de dierentuin, kijkend naar de leeuwen en olifanten.
/ˈpæn.də/
(noun) panda
Voorbeeld:
The giant panda is an endangered species.
De reuzenpanda is een bedreigde diersoort.
/ˈlaɪ.ən/
(noun) leeuw, dappere persoon, sterke persoon
Voorbeeld:
The lion roared loudly in the savanna.
De leeuw brulde luid in de savanne.