Vocabulaireverzameling Verbruiken of Snijden in Phrasal Verbs met 'Up': Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Verbruiken of Snijden' in 'Phrasal Verbs met 'Up'' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /tʃɑːp ʌp/
(phrasal verb) fijnhakken, versnipperen
Voorbeeld:
Can you chop up the vegetables for the stew?
Kun je de groenten voor de stoofpot fijnhakken?
/kʌt ʌp/
(phrasal verb) versnijden, klein snijden, gekken
Voorbeeld:
Can you help me cut up these vegetables for the stew?
Kun je me helpen deze groenten voor de stoofpot klein te snijden?
/drɪŋk ʌp/
(phrasal verb) opdrinken, leegdrinken
Voorbeeld:
Come on, drink up! We need to leave soon.
Kom op, drink op! We moeten snel vertrekken.
/iːt ˈʌp/
(phrasal verb) opeten, alles opmaken, opsouperen
Voorbeeld:
The children quickly ate up all the cookies.
De kinderen aten snel alle koekjes op.
/fɪl ˈʌp/
(phrasal verb) vullen, volmaken, vol zitten
Voorbeeld:
Can you fill up the water bottle before we leave?
Kun je de waterfles vullen voordat we vertrekken?
/ˈfɪn.ɪʃ ʌp/
(phrasal verb) afmaken, voltooien
Voorbeeld:
I need to finish up this report before I leave.
Ik moet dit rapport afmaken voordat ik wegga.
/ˈɡɑː.bəl ʌp/
(phrasal verb) opschrokken, verslinden
Voorbeeld:
The children gobbled up all the cookies.
De kinderen schrokken alle koekjes op.
/juːz ˈʌp/
(phrasal verb) opgebruiken, verbruiken, uitputten
Voorbeeld:
We need to buy more milk; we've almost used up all of it.
We moeten meer melk kopen; we hebben het bijna allemaal opgebruikt.