Vocabulaireverzameling Schoonmaken of Scheiden in Phrasal Verbs met 'Up': Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Schoonmaken of Scheiden' in 'Phrasal Verbs met 'Up'' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /breɪk ʌp/
(phrasal verb) uit elkaar gaan, een relatie beëindigen, uiteenvallen
Voorbeeld:
They decided to break up after five years together.
Ze besloten om uit elkaar te gaan na vijf jaar samen.
/kliːn ˈʌp/
(phrasal verb) opruimen, schoonmaken, flink verdienen
Voorbeeld:
We need to clean up this mess before mom gets home.
We moeten deze rommel opruimen voordat mama thuiskomt.
/kliːn ʌp ˈæf.tər/
(phrasal verb) opruimen na, schoonmaken na
Voorbeeld:
I always have to clean up after my kids.
Ik moet altijd opruimen na mijn kinderen.
/klɪr ˈʌp/
(phrasal verb) opklaren, ophelderen, verklaren
Voorbeeld:
The weather is expected to clear up by afternoon.
Het weer zal naar verwachting opklaren tegen de middag.
/mɑːp ʌp/
(phrasal verb) afronden, opruimen, opdweilen
Voorbeeld:
We need to mop up the remaining work before the deadline.
We moeten het resterende werk afronden voor de deadline.
/splɪt ˈʌp/
(phrasal verb) uit elkaar gaan, scheiden, opsplitsen
Voorbeeld:
They decided to split up after ten years together.
Ze besloten uit elkaar te gaan na tien jaar samen.
/swiːp ʌp/
(phrasal verb) opvegen, vegen, veroveren
Voorbeeld:
Could you please sweep up the kitchen floor?
Zou je alsjeblieft de keukenvloer kunnen vegen?
/ter ʌp/
(phrasal verb) verscheuren, uiteenrijten, vol schieten
Voorbeeld:
She decided to tear up the old letters.
Ze besloot de oude brieven te verscheuren.
/ˈtaɪ.di ʌp/
(phrasal verb) opruimen, netjes maken
Voorbeeld:
Please tidy up your room before your friends come over.
Gelieve je kamer op te ruimen voordat je vrienden langskomen.
/wɑːʃ ˈʌp/
(phrasal verb) afwassen, de vaat doen, zich wassen
Voorbeeld:
I'll cook if you promise to wash up afterwards.
Ik kook als jij belooft daarna af te wassen.
/waɪp ʌp/
(phrasal verb) opvegen, schoonvegen
Voorbeeld:
Please wipe up the spilled milk.
Gelieve de gemorste melk op te vegen.