Avatar of Vocabulary Set Top 1 - 25 Phrasal Verbs

Vocabulaireverzameling Top 1 - 25 Phrasal Verbs in 250 Meest Voorkomende Engelse Werkwoordelijke Uitdrukkingen: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 1 - 25 Phrasal Verbs' in '250 Meest Voorkomende Engelse Werkwoordelijke Uitdrukkingen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

go on

/ɡoʊ ɑːn/

(phrasal verb) doorgaan, verdergaan, gebeuren

Voorbeeld:

Please go on with your story.
Ga alsjeblieft door met je verhaal.

come from

/kʌm frʌm/

(phrasal verb) afkomstig zijn van, voortkomen uit, afkomstig zijn uit

Voorbeeld:

The word 'robot' comes from the Czech language.
Het woord 'robot' komt uit het Tsjechisch.

look for

/lʊk fɔːr/

(phrasal verb) zoeken naar, op zoek zijn naar, verwachten

Voorbeeld:

I need to look for my keys; I can't find them anywhere.
Ik moet mijn sleutels zoeken; ik kan ze nergens vinden.

figure out

/ˈfɪɡ.jər aʊt/

(phrasal verb) uitzoeken, begrijpen, oplossen

Voorbeeld:

I need to figure out how to fix this computer.
Ik moet uitzoeken hoe ik deze computer moet repareren.

deal with

/diːl wɪð/

(phrasal verb) aanpakken, omgaan met, zaken doen met

Voorbeeld:

We need to deal with this issue immediately.
We moeten dit probleem onmiddellijk aanpakken.

come on

/kʌm ɑːn/

(exclamation) kom op, vooruit, ach nee;

(phrasal verb) beginnen, verschijnen, vooruitgaan

Voorbeeld:

Come on, we're going to be late!
Kom op, we gaan te laat zijn!

find out

/faɪnd aʊt/

(phrasal verb) uitvinden, ontdekken, erachter komen

Voorbeeld:

I need to find out when the next train leaves.
Ik moet uitzoeken wanneer de volgende trein vertrekt.

check out

/tʃek aʊt/

(phrasal verb) controleren, nakijken, uitchecken

Voorbeeld:

Can you check out the new security system?
Kun je het nieuwe beveiligingssysteem controleren?

get into

/ɡet ˈɪntuː/

(phrasal verb) binnenkomen, instappen, zich verdiepen in

Voorbeeld:

She managed to get into the concert without a ticket.
Ze slaagde erin om binnen te komen bij het concert zonder kaartje.

go ahead

/ˌɡoʊ əˈhed/

(phrasal verb) doorgaan, verdergaan, toestemming;

(noun) groen licht, toestemming

Voorbeeld:

You can go ahead with your presentation now.
Je kunt nu doorgaan met je presentatie.

turn out

/tɜːrn aʊt/

(phrasal verb) uitpakken, blijken, opdagen

Voorbeeld:

The party turned out to be a great success.
Het feest bleek een groot succes te zijn.

get in

/ɡet ɪn/

(phrasal verb) aankomen, binnenkomen, gekozen worden

Voorbeeld:

What time did you get in last night?
Hoe laat ben je gisteravond binnengekomen?

come up

/kʌm ʌp/

(phrasal verb) ter sprake komen, opkomen, naderen

Voorbeeld:

The issue of funding will come up at the next meeting.
De kwestie van financiering zal ter sprake komen op de volgende vergadering.

pick up

/pɪk ʌp/

(phrasal verb) oprapen, ophalen, oppikken

Voorbeeld:

Can you pick up the fallen leaves in the yard?
Kun je de gevallen bladeren in de tuin oprapen?

set up

/set ʌp/

(phrasal verb) opzetten, instellen, oprichten

Voorbeeld:

They plan to set up a new business next year.
Ze zijn van plan volgend jaar een nieuw bedrijf op te zetten.

grow up

/ɡroʊ ˈʌp/

(phrasal verb) opgroeien, volwassen worden, rijpen

Voorbeeld:

My children are growing up so fast.
Mijn kinderen groeien op zo snel.

show up

/ʃoʊ ʌp/

(phrasal verb) opdagen, verschijnen, overtreffen

Voorbeeld:

He didn't show up for the meeting.
Hij kwam niet opdagen voor de vergadering.

end up

/end ʌp/

(phrasal verb) belanden, terechtkomen, uiteindelijk doen

Voorbeeld:

We ended up staying at a cheap motel.
We belandden in een goedkoop motel.

back off

/bæk ˈɔf/

(phrasal verb) terugtrekken, wijken, met rust laten

Voorbeeld:

The police told the crowd to back off.
De politie zei de menigte terug te trekken.

depend on

/dɪˈpend ɑːn/

(phrasal verb) afhangen van, rekenen op

Voorbeeld:

You can always depend on me for help.
Je kunt altijd op mij rekenen voor hulp.

relate to

/rɪˈleɪt tuː/

(phrasal verb) zich inleven in, zich herkennen in, betrekking hebben op

Voorbeeld:

I can really relate to her struggles as a single parent.
Ik kan me echt inleven in haar worstelingen als alleenstaande ouder.

refer to

/rɪˈfɜːr tə/

(phrasal verb) verwijzen naar, aanduiden, doorverwijzen naar

Voorbeeld:

He often refers to his childhood memories.
Hij verwijst vaak naar zijn jeugdherinneringen.

work out

/wɜːrk aʊt/

(phrasal verb) trainen, sporten, oplossen

Voorbeeld:

I like to work out at the gym three times a week.
Ik vind het leuk om drie keer per week in de sportschool te trainen.

hold on

/hoʊld ˈɑːn/

(phrasal verb) wachten, vasthouden, grijpen;

(exclamation) wacht, stop

Voorbeeld:

Please hold on a moment while I check.
Gelieve even te wachten terwijl ik het controleer.

make up

/ˈmeɪk ʌp/

(phrasal verb) verzinnen, bedenken, het bijleggen;

(noun) make-up, cosmetica

Voorbeeld:

He tried to make up a story about why he was late.
Hij probeerde een verhaal te verzinnen over waarom hij te laat was.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland