Avatar of Vocabulary Set B1 - Algemene Bijwoorden 2

Vocabulaireverzameling B1 - Algemene Bijwoorden 2 in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Algemene Bijwoorden 2' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

likely

/ˈlaɪ.kli/

(adjective) waarschijnlijk, aannemelijk, geschikt;

(adverb) waarschijnlijk, vermoedelijk

Voorbeeld:

It's likely to rain tomorrow.
Het is waarschijnlijk dat het morgen gaat regenen.

nearly

/ˈnɪr.li/

(adverb) bijna, nagenoeg, op een haar na

Voorbeeld:

It's nearly midnight.
Het is bijna middernacht.

necessarily

/ˈnes.ə.ser.ɪl.i/

(adverb) noodzakelijkerwijs, onvermijdelijk

Voorbeeld:

Money doesn't necessarily buy happiness.
Geld koopt niet noodzakelijkerwijs geluk.

next

/nekst/

(adjective) volgende, hierna, naast;

(adverb) vervolgens, daarna

Voorbeeld:

What are you doing next?
Wat ga je hierna doen?

normally

/ˈnɔːr.mə.li/

(adverb) normaal, gewoonlijk, normaal gesproken

Voorbeeld:

She normally arrives at work by 9 AM.
Ze arriveert normaal gesproken om 9 uur op haar werk.

obviously

/ˈɑːb.vi.əs.li/

(adverb) uiteraard, duidelijk

Voorbeeld:

Obviously, we need to find a solution quickly.
Uiteraard moeten we snel een oplossing vinden.

originally

/əˈrɪdʒ.ən.əl.i/

(adverb) oorspronkelijk, aanvankelijk, origineel

Voorbeeld:

The house was originally built in 1920.
Het huis werd oorspronkelijk gebouwd in 1920.

particularly

/pɚˈtɪk.jə.lɚ.li/

(adverb) bijzonder, vooral, in het bijzonder

Voorbeeld:

I'm not particularly fond of spicy food.
Ik ben niet bijzonder dol op pittig eten.

perfectly

/ˈpɝː.fekt.li/

(adverb) perfect, volmaakt, volledig

Voorbeeld:

The plan worked perfectly.
Het plan werkte perfect.

perhaps

/pɚˈhæps/

(adverb) misschien, wellicht

Voorbeeld:

Perhaps it will rain tomorrow.
Misschien regent het morgen.

personally

/ˈpɝː.sən.əl.i/

(adverb) persoonlijk, zelf, naar mijn mening

Voorbeeld:

I'll deliver the message personally.
Ik zal het bericht persoonlijk afleveren.

possibly

/ˈpɑː.sə.bli/

(adverb) mogelijk, misschien

Voorbeeld:

I'll possibly be home late tonight.
Ik ben mogelijk vanavond laat thuis.

properly

/ˈprɑː.pɚ.li/

(adverb) correct, behoorlijk, netjes

Voorbeeld:

Make sure you install the software properly.
Zorg ervoor dat je de software correct installeert.

quickly

/ˈkwɪk.li/

(adverb) snel, rap, spoedig

Voorbeeld:

She ran quickly to catch the bus.
Ze rende snel om de bus te halen.

quietly

/ˈkwaɪət.li/

(adverb) rustig, zachtjes, kalm

Voorbeeld:

She closed the door quietly so as not to wake the baby.
Ze sloot de deur zachtjes om de baby niet wakker te maken.

rapidly

/ˈræp.ɪd.li/

(adverb) snel, rap

Voorbeeld:

The company grew rapidly in the last decade.
Het bedrijf groeide snel in het afgelopen decennium.

seriously

/ˈsɪr.i.əs.li/

(adverb) serieus, ernstig, aanzienlijk;

(interjection) serieus, echt

Voorbeeld:

Are you seriously considering that offer?
Overweeg je dat aanbod serieus?

similarly

/ˈsɪm.ə.lɚ.li/

(adverb) op vergelijkbare wijze, evenzo, eveneens

Voorbeeld:

The two cases were handled similarly.
De twee gevallen werden op vergelijkbare wijze behandeld.

simply

/ˈsɪm.pli/

(adverb) eenvoudig, simpelweg, gewoon

Voorbeeld:

She dressed simply for the casual event.
Ze kleedde zich eenvoudig voor het informele evenement.

slightly

/ˈslaɪt.li/

(adverb) lichtjes, een beetje, iets

Voorbeeld:

She was slightly taller than her brother.
Ze was iets langer dan haar broer.

specifically

/spəˈsɪf.ɪ.kəl.i/

(adverb) specifiek, precies, uitdrukkelijk

Voorbeeld:

I asked him specifically not to touch my desk.
Ik vroeg hem specifiek om mijn bureau niet aan te raken.

strongly

/ˈstrɑːŋ.li/

(adverb) krachtig, sterk, nadrukkelijk

Voorbeeld:

He hit the ball strongly.
Hij sloeg de bal krachtig.

surely

/ˈʃʊr.li/

(adverb) vast, zeker, ongetwijfeld

Voorbeeld:

You're not leaving already, are you? It's surely too early.
Je gaat toch niet nu al weg? Het is vast te vroeg.

therefore

/ˈðer.fɔːr/

(adverb) daarom, derhalve, bijgevolg

Voorbeeld:

She was ill, and therefore unable to attend the meeting.
Ze was ziek, en daarom niet in staat de vergadering bij te wonen.

though

/ðoʊ/

(conjunction) hoewel, ofschoon;

(adverb) echter, toch

Voorbeeld:

Though it was raining, we went for a walk.
Hoewel het regende, gingen we wandelen.

typically

/ˈtɪp.ɪ.kəl.i/

(adverb) doorgaans, door de bank genomen

Voorbeeld:

We typically have dinner around 7 PM.
We eten doorgaans rond 19.00 uur.

today

/təˈdeɪ/

(adverb) vandaag, vandaag de dag, tegenwoordig;

(noun) vandaag, vandaag de dag, het heden

Voorbeeld:

I have a lot of work to do today.
Ik heb veel werk te doen vandaag.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland