Avatar of Vocabulary Set A1 - Hallo en Vaarwel

Vocabulaireverzameling A1 - Hallo en Vaarwel in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A1 - Hallo en Vaarwel' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

hello

/heˈloʊ/

(interjection) hallo, hé;

(noun) hallo, groet;

(verb) groeten, hallo zeggen

Voorbeeld:

Hello, how are you today?
Hallo, hoe gaat het vandaag met je?

goodbye

/ɡʊdˈbaɪ/

(exclamation) tot ziens, vaarwel;

(noun) afscheid, vaarwel

Voorbeeld:

She waved and said, "Goodbye!"
Ze zwaaide en zei: "Tot ziens!"

hi

/haɪ/

(interjection) hoi, hallo

Voorbeeld:

Hi, how are you doing today?
Hoi, hoe gaat het vandaag?

bye

/baɪ/

(exclamation) dag, doei;

(noun) bye, vrijstelling

Voorbeeld:

See you later, bye!
Tot ziens, dag!

good morning

/ˌɡʊd ˈmɔːr.nɪŋ/

(exclamation) goedemorgen

Voorbeeld:

Good morning, how are you today?
Goedemorgen, hoe gaat het vandaag met u?

good afternoon

/ˌɡʊd ˈæf.tərˈnuːn/

(exclamation) goedemiddag

Voorbeeld:

Good afternoon, everyone. Welcome to our meeting.
Goedemiddag, iedereen. Welkom bij onze vergadering.

good evening

/ˌɡʊd ˈiːv.nɪŋ/

(exclamation) goedenavond

Voorbeeld:

Good evening, everyone. Welcome to our annual gala.
Goedenavond, iedereen. Welkom bij ons jaarlijkse gala.

good night

/ˌɡʊd ˈnaɪt/

(exclamation) goedenacht, welterusten

Voorbeeld:

She kissed her children and said, "Good night, sleep tight!"
Ze kuste haar kinderen en zei: "Goedenacht, slaap lekker!"

thank you

/ˌθæŋk ˈjuː/

(exclamation) dank u wel, bedankt

Voorbeeld:

Thank you for your help.
Dank u wel voor uw hulp.

thanks

/θæŋks/

(exclamation) bedankt, dank;

(plural noun) dank, dankbetuiging

Voorbeeld:

Thanks for your help!
Bedankt voor je hulp!

please

/pliːz/

(interjection) alsjeblieft, alstublieft;

(verb) behagen, plezieren

Voorbeeld:

Can you help me, please?
Kun je me helpen, alsjeblieft?

ok

/ˌoʊˈkeɪ/

(exclamation) oké, goed;

(adverb) oké, goed;

(adjective) oké, acceptabel;

(verb) goedkeuren, autoriseren;

(noun) goedkeuring, toestemming

Voorbeeld:

“Let's meet at 7 PM.” “OK.”
“Laten we om 19.00 uur afspreken.” “Oké.”

yes

/jes/

(exclamation) ja;

(noun) ja, instemming

Voorbeeld:

“Are you ready?” “Yes.”
“Ben je er klaar voor?” “Ja.”

no

/noʊ/

(determiner) geen;

(exclamation) nee;

(noun) nee, afwijzing

Voorbeeld:

There is no milk left in the fridge.
Er is geen melk meer over in de koelkast.

sorry

/ˈsɔːr.i/

(adjective) spijtig, berouwvol, medelijden;

(exclamation) sorry, excuseer

Voorbeeld:

I'm sorry for the mistake I made.
Het spijt me voor de fout die ik heb gemaakt.

welcome

/ˈwel.kəm/

(verb) verwelkomen, begroeten;

(exclamation) welkom;

(adjective) welkom, aangenaam;

(noun) welkom, ontvangst

Voorbeeld:

We welcomed the new neighbors to the community.
We verwelkomden de nieuwe buren in de gemeenschap.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland