Vocabulaireverzameling Handenarbeid in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Handenarbeid' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈmeɪ.sən/
(noun) metselaar, steenhouwer, Vrijmetselaar
Voorbeeld:
The skilled mason carefully laid each brick.
De bekwame metselaar legde elke baksteen zorgvuldig.
/ˈmaɪ.nɚ/
(noun) mijnwerker, delver, mijner (programma)
Voorbeeld:
The coal miner spent his life working underground.
De kolenmijnwerker bracht zijn leven ondergronds door.
/əˈsem.blɚ/
(noun) monteur, assemblagearbeider, assembler
Voorbeeld:
The car factory employs many skilled assemblers.
De autofabriek heeft veel bekwame monteurs in dienst.
/ˈruː.fɚ/
(noun) dakdekker
Voorbeeld:
We hired a roofer to fix the leak in our attic.
We huurden een dakdekker in om het lek in onze zolder te repareren.
/ˈbɔɪ.lərˌmeɪ.kər/
(noun) ketelmaker, ketelbouwer, boilermaker
Voorbeeld:
The boilermaker carefully welded the seams of the new pressure vessel.
De ketelmaker laste zorgvuldig de naden van het nieuwe drukvat.
/ˈstiːlˌwɝː.kɚ/
(noun) staalarbeider
Voorbeeld:
The steelworker wore protective gear while operating the furnace.
De staalarbeider droeg beschermende kleding tijdens het bedienen van de oven.
/ˈpæk.ɚ/
(noun) pakker, inpakker, reiziger
Voorbeeld:
The fruit packer carefully placed the apples into the boxes.
De fruitpakker legde de appels voorzichtig in de dozen.
/dɪˈlɪv.ɚ.i.mæn/
(noun) bezorger, leverancier
Voorbeeld:
The deliveryman left the package on the front porch.
De bezorger liet het pakketje op de veranda achter.
/dɪˈlɪv.ɚ.i ˌwʊm.ən/
(noun) bezorgster
Voorbeeld:
The delivery woman dropped off the package at the front door.
De bezorgster zette het pakketje bij de voordeur neer.
/məˈkæn.ɪk/
(noun) monteur, mechanicus
Voorbeeld:
The car broke down, so I called a mechanic.
De auto viel stil, dus ik belde een monteur.
/ˈʃɪpˌbɪl.dɚ/
(noun) scheepsbouwer
Voorbeeld:
The local shipbuilder secured a major contract to construct new naval vessels.
De lokale scheepsbouwer heeft een groot contract binnengehaald voor de bouw van nieuwe marineschepen.
/ˈwel.dɚ/
(noun) lasser
Voorbeeld:
The welder carefully joined the two steel beams.
De lasser verbond de twee stalen balken zorgvuldig.
/ˈleɪ.bɚ.ɚ/
(noun) arbeider, werkman
Voorbeeld:
The construction site hired many laborers for the project.
De bouwplaats huurde veel arbeiders in voor het project.
/ˈlɑː.ɡɚ/
(noun) houthakker, bosarbeider, datalogger
Voorbeeld:
The logger used a chainsaw to cut down the massive pine tree.
De houthakker gebruikte een kettingzaag om de enorme dennenboom om te hakken.