Vocabulaireverzameling Scheikunde in IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Scheikunde' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈsɑːl.juːt/
(noun) opgeloste stof
Voorbeeld:
When sugar dissolves in water, sugar is the solute and water is the solvent.
Wanneer suiker oplost in water, is suiker de opgeloste stof en water het oplosmiddel.
/riˈæk.tənt/
(noun) reactant, reagens
Voorbeeld:
In a chemical reaction, the reactants are converted into products.
Bij een chemische reactie worden de reactanten omgezet in producten.
/ˈkæt̬.əl.ɪst/
(noun) katalysator, aanjager
Voorbeeld:
Enzymes act as biological catalysts in the body.
Enzymen fungeren als biologische katalysatoren in het lichaam.
/kəˈtæl.ə.sɪs/
(noun) katalyse
Voorbeeld:
Enzymes are biological catalysts that facilitate catalysis in living organisms.
Enzymen zijn biologische katalysatoren die katalyse vergemakkelijken in levende organismen.
/ˌkoʊ.veɪ.lənt ˈbɑːnd/
(noun) covalente binding
Voorbeeld:
Water molecules are held together by covalent bonds.
Watermoleculen worden bij elkaar gehouden door covalente bindingen.
/ˈaɪ.soʊ.mɚ/
(noun) isomeer
Voorbeeld:
Glucose and fructose are isomers of each other, both having the formula C6H12O6 but different structures.
Glucose en fructose zijn isomeren van elkaar, beide met de formule C6H12O6 maar met verschillende structuren.
/ˈpɑː.lɪ.mɚ/
(noun) polymeer
Voorbeeld:
Plastic is a common example of a polymer.
Plastic is een veelvoorkomend voorbeeld van een polymeer.
/ˈmɑː.nə.mɚ/
(noun) monomeer
Voorbeeld:
Glucose is a monomer that can form complex carbohydrates like starch.
Glucose is een monomeer dat complexe koolhydraten zoals zetmeel kan vormen.
/ˌhaɪ.droʊˈkɑːr.bən/
(noun) koolwaterstof
Voorbeeld:
Methane is a simple hydrocarbon.
Methaan is een eenvoudige koolwaterstof.
/ˈes.tɚ/
(noun) ester
Voorbeeld:
Fats are a type of ester formed from glycerol and fatty acids.
Vetten zijn een type ester gevormd uit glycerol en vetzuren.
/ˈæl.dəˌhaɪd/
(noun) aldehyde
Voorbeeld:
Formaldehyde is a common aldehyde used in various industries.
Formaldehyde is een veelvoorkomend aldehyde dat in verschillende industrieën wordt gebruikt.
/ˈæl.kə.hɑːl/
(noun) alcohol
Voorbeeld:
Drinking too much alcohol can be harmful to your health.
Te veel alcohol drinken kan schadelijk zijn voor je gezondheid.
/ˈkiː.toʊn/
(noun) keton
Voorbeeld:
Acetone is the simplest ketone.
Aceton is het eenvoudigste keton.
/moʊˈlær·ɪ·t̬i/
(noun) molariteit
Voorbeeld:
The molarity of the acid solution was determined by titration.
De molariteit van de zure oplossing werd bepaald door titratie.
/iˈlek.trə.laɪt/
(noun) elektrolyt
Voorbeeld:
The battery uses a liquid electrolyte to conduct electricity.
De batterij gebruikt een vloeibare elektrolyt om elektriciteit te geleiden.
/ˈen.trə.pi/
(noun) entropie, informatie-entropie, wanorde
Voorbeeld:
The second law of thermodynamics states that the entropy of an isolated system can only increase over time.
De tweede wet van de thermodynamica stelt dat de entropie van een geïsoleerd systeem alleen maar kan toenemen in de loop van de tijd.
/ˈkɑː.lɔɪd/
(noun) colloïde
Voorbeeld:
Milk is a common example of a colloid.
Melk is een veelvoorkomend voorbeeld van een colloïde.
/kəˈroʊ.ʒən/
(noun) corrosie, roest, aantasting
Voorbeeld:
The bridge showed signs of severe corrosion due to saltwater exposure.
De brug vertoonde tekenen van ernstige corrosie als gevolg van blootstelling aan zout water.
/ˈæl.kəl.aɪ/
(noun) alkali, base
Voorbeeld:
Sodium hydroxide is a strong alkali.
Natriumhydroxide is een sterke alkali.